Blog

In memoriam: Marian Turski

‘Wees niet onverschillig’. Dat was het levensmotto van de Pools-Joodse historicus, journalist en Auschwitz-overlevende Marian Turski. Hij overleed op 18 februari, 98 jaar oud. Op zondag 23 februari werd hij onder grote belangstelling begraven op de Joodse begraafplaats in Warschau.

Marian Turski (Foto: M. Jaźwiecki / Muzeum Historii Żydów Polskich)

‘Wees niet onverschillig’ – het was de ondertoon van alle gesprekken die je met Marian Turski voerde. Ik leerde hem kennen in de jaren negentig, toen ik cultureel attaché was aan de Nederlandse Ambassade in Warschau.

Lees verder “In memoriam: Marian Turski”

Eiland


Hij sliep met zijn kleren aan onder twee dekbedden van eendendons. Soms trok hij, al half in slaap, zijn muts tot over zijn oren. Dan moest het buiten wel zo’n twintig graden vriezen en binnen, in de woonkamer waar nu ook zijn bed stond, kwam de temperatuur niet boven het vriespunt uit.

’s Morgens, als het licht begon te worden, of nog eerder, werd hij wakker van het jonge katertje dat zomaar aan was komen lopen. Ruw tongetje dat over zijn oogleden schraapte en aan zijn baard likte. Dan stak hij zijn vingers in de gaten van zijn vingerloze handschoenen, stapte in zijn pantoffels, en liep naar de keuken om het vuur nieuw leven in te blazen. Hout, kooltjes, ketel die begon te zingen, de enige vorm van muziek die hij in dagen hoorde. Een theezakje gaat gemiddeld zeven bekers mee, de hete stoom die het keukenraam beschilderde.

Lees verder “Eiland”

Tranen


Eigenlijk moet je ervoor naar Berlijn, maar nu zie ik hem zomaar op het omslag van het decembernummer van Kunstschrift: Johannes de Doper in de wildernis van Geertgen tot Sint Jans. De heilige, gekleed in een bruine pij waarover een warme diepblauwe mantel is geslagen, als een deken, is verzonken in gedachten. Zijn peinzende hoofd rust op zijn knokige hand. Hij friemelt met zijn voeten, zoals Friso Lammertse in Kunstschrift zo mooi observeert. Voeten die een ontroerend beeldrijm vormen met de pootjes van het lam dat hem vergezelt.

Johannes de Doper in de wildernis van Geertgen tot Sint Jans, op het omslag van het decembernummer van Kunstschrift

Lees verder “Tranen”

Stad, witte wolk

De tekening wordt in dit nieuwe jaar tien jaar oud: Stad/Witte wolk van de Poolse kunstenaar Zbigniew Biel (Częstochowa, 1957). Krijt op papier, abstracte vormen, verschillende perspectieven. Het is alsof je van bovenaf op een stad kijkt, met zijn grillige geometrische vormen links, ronde vormen rechts, ingetogen chaos. Daarboven zweeft, als rustpunt, een wolk van wit krijt. Of is de wolk zelf ook de stad?

Zbigniew Biel, Miasto/Biała chmura (Stad/Witte wolk)
krijt op papier, 2015


‘Enkel over wit zou je een vuistdik handboek kunnen schrijven’, schreef Anton Valens in Een kniebuiging voor de ezel. En: ‘Aan zijn gebruik van wit herken je de ware schilder.’

Lees verder “Stad, witte wolk”

Anton Valens en zijn kniebuiging voor de ezel


‘De kunstgeschiedenis is weinig anders dan een lang uitgesponnen wasmachineprogramma. Voorspoelen, temperatuur instellen, inzepen, spoelen (het eigenlijke wassen), naspoelen, centrifugeren en drogen. Schoonheid is een cyclisch proces. Waar het om gaat is je geliefd maken. Dat kun je het beste zo onopvallend mogelijk doen.’

Als je je kerstboom nog niet hebt opgeruimd, leg er dan nog snel dit cadeau onder, voor je geliefde of gewoon voor jezelf. Want Een kniebuiging voor de ezel. Over tekenen en schilderen van Anton Valens is een grappig, mooi en wijs boek over kunst en (een beetje) kunstgeschiedenis.

De veel te vroeg gestorven Valens (1964-2021) publiceerde tijdens zijn leven zeven romans, een achtste boek verscheen postuum. Hij won literaire prijzen en stond op goede longlists. Dat Valens naast schrijver ook beeldend kunstenaar was, opgeleid aan de Rietveldacademie en de Rijksacademie in Amsterdam, is veel minder bekend. Ik las – en herlees – zijn werk graag, maar kende zijn beeldende werk nauwelijks. En ik had er geen idee van dat dubbeltalent Valens zo schitterend over kunst kon schrijven. Een kniebuiging voor de ezel brengt daar nu verandering in: in dit liefdevol gemaakte boek worden Valens’ teksten over kunst en zijn beeldende werk samengebracht.

Lees verder “Anton Valens en zijn kniebuiging voor de ezel”

Verschenen en verdwenen

Familieportret van de Trumps, met Elon Musk
© Kai Trump / X

Bij het zien van zijn recente familieportret doe ik toekomstig president Donald Trump graag een aanbeveling – een kunstgreep die schilders al eeuwen voor hem hebben toegepast.

Na de overwinning van Donald Trump wilde ik hier eigenlijk over vanitas-stillevens schrijven, maar toen kwam er ineens een foto voorbij die me op een hele andere gedachte bracht. Al eerder wisten we dat Elon Musk, CEO van Tesla en eigenaar van X, voorheen Twitter, niet meer weg te denken is uit de entourage van de inmiddels gekozen Amerikaanse president. Een duidelijk signaal was dat Musk op een verkiezingsbijeenkomst van Donald Trump (5 oktober 2024 in Butler, Pennsylvania) naast hem op het podium vrolijk op en neer stond te springen.

Lees verder “Verschenen en verdwenen”

Zwart, wit

Jacob Coeman, Portret van Pieter Cnoll, Cornelia van Nijenrode, hun dochters en twee tot slaaf gemaakte bedienden, 1665, © Rijksmuseum, Amsterdam

Een nieuwe website over Nederland en Indonesië haalt talloze verhalen uit de schaduw. Ik volgde het spoor van diverse soldaten. Hun achtergrond verschilt, maar ze delen een geschiedenis.

In het Amsterdamse Rijksmuseum hangt in zaal 2.9 een fascinerend schilderij van Jacob Coeman (ca. 1632-1676). Het kwam ineens achter de ballonnen tevoorschijn tijdens de feestelijke lancering van de website Ons Land, waarover straks meer.

Op een fors uitgevallen doek tovert Jacob Coeman een aantal interessante figuren tevoorschijn. Centraal, in het licht, staat de familie Cnoll-van Nijenrode opgesteld.

Lees verder “Zwart, wit”

Achter de deur, over de grens

Samuel van Hoogstraten, ‘Gezicht vanuit een gang in een kamer (Les pantoufles)’, ca. 1655-1660
© Musée du Louvre

Vreemder en lastiger dan andere jaren is het om na mijn vakantie het werk weer op te pakken. Terwijl ik na een treinreis door Polen aan mijn bureau zit en mijn laptop open, wervelen het groen van de uitgestrekte heuvels, het geel van de zonnebloemen en het hemelsblauw van de luchten nog door mijn kamer. In mijn oren klinkt nog het ruisen van de rivieren en het slissen van die prachtige Poolse taal, maar boven alles uit die verbaasde uitroep: “Gerdien! Wat doe jij hier?” Argeloos had ik een deur geopend waarachter zich een nieuwe wereld bleek te ontvouwen.

Later, in de trein, moest ik denken aan de doorkijkjes uit de Nederlandse kunst. Johannes Vermeer, Jan Steen, Pieter de Hooch en Samuel van Hoogstraten waren er meesters in: een deur openen voor ons, toeschouwers. We kunnen niet anders dan kijken: op kousenvoeten betreden we onbekende ruimtes en worden we onderdeel van het verhaal dat de schilder er voor ons heeft neergezet.

Mijn lievelingsdoorkijkje is dat fascinerende schilderij van Samuel van Hoogstraten in het Louvre, het Gezicht vanuit een gang in een kamer (Les pantoufles).

Lees verder “Achter de deur, over de grens”

Baba Jaga legde een ei


Ineens waren ze overal: eieren. Het begon met berichten in de media die meldden dat bepaalde supermarkten alleen nog witte eieren zouden verkopen. Hennen die witte eieren leggen hebben minder voer nodig, minder grondstoffen dus, en daardoor een lagere milieu-impact. Een paar dagen nadat ik dit ongezellige bericht had gelezen, liep ik in Warschau over de markt.

Lees verder “Baba Jaga legde een ei”

Over ‘Dingen die ik niet heb weggegooid’ van Marcin Wicha


Het is alweer jaren geleden dat de moeder van mijn toenmalige Poolse geliefde werd begraven. Tot onze verbijstering lag ze opgebaard onder een groot Mariabeeld. Maar de haren rezen ons pas echt te berge toen we haar ten grave droegen. Vanaf de wagen die haar kist naar het graf vervoerde schalde een luid Ave Maria. Niemand had eraan gedacht om deze optie door te strepen toen de uitvaart werd geregeld. Een Ave Maria voor een dame die de Holocaust had overleefd door in 1939 naar de Sovjet-Unie te vluchten, die na de pogroms in Kielce (1946) haar achternaam had veranderd, die nooit iemand zou zeggen dat ze Joods was, al had ze ‘iets wat waardige medeburgers beschreven als ehm’. ‘Het uiterlijk van iemand met, ehm, een bepaalde afkomst. Maar wat voor afkomst? Ehm. Pfff.’

De anekdote herhaalt zich bijna letterlijk in Dingen die ik niet heb weggegooid van de Poolse auteur en grafisch ontwerper Marcin Wicha.

‘En wat doen we met de muziek?’, vraagt de uitvaartbegeleider hem na het overlijden van zijn moeder. ‘Het is een seculiere ceremonie, maar hebben jullie iets tegen Ave Maria?’ Het is ook Wicha die de afkomst van zijn moeder door waardige burgers laat beschrijven als ‘Ehm. Pfff.’ Want Joods kon je in het naoorlogse Polen maar beter niet zijn.

Lees verder “Over ‘Dingen die ik niet heb weggegooid’ van Marcin Wicha”