Over het stelen van een ziel

In Goudzand van Konstantin Paustovski zijn een paar mooie korte verhalen opgenomen, waaronder het verhaal Sneeuw. Goede beginzin: ‘Nauwelijks een maand nadat Tatjana Petrovna bij hem een onderkomen had gevonden, stierf de oude Potapov.’ De jonge weduwe Tatjana blijft alleen achter met haar dochter Vanja en een oud kindermeisje. De winter is al vergevorderd als er brieven voor de oude Potapov worden bezorgd. Lang kan Tatjana haar nieuwsgierigheid niet bedwingen. Op een zekere nacht, terwijl de grijze kater (‘Archip’) ligt te snurken op de divan, steekt ze een kaars aan en begint de brieven te lezen. Continue reading “Over het stelen van een ziel”

Konstantin Paustovski en het koninkrijk der dingen

Gelukkig had Marie Kondo in de negentiende eeuw haar boeken nog niet geschreven. Dan was de wereld heel wat kaler geweest. Zelf was ik een paar maanden lang een adept van Kondo, de Japanse opruimgoeroe, die je voorhoudt dat je alleen moet bewaren waar je gelukkig van wordt, doe de rest maar weg. Met dat credo voor ogen gaf ik duizend boeken weg, waaronder de herinneringen van Wanda Waliszewska aan haar man Zyga (zie mijn vorige blog), dat nu in een bibliotheek in een onbereikbare doos ligt te wachten tot het ontsloten wordt. Hoe goed het evangelie van Marie Kondo een paar maanden lang is geweest voor mijn geestelijke gezondheid: ze heeft het mis. Want hoe kan ik nu, vandaag, weten welk boek, welk kledingstuk, welk stom souvenir in de toekomst een geluksgevoel bij me oproept? Continue reading “Konstantin Paustovski en het koninkrijk der dingen”

De zwager van Konstantin Paustovski

In 1936 trouwde Konstantin Paustovski met zijn tweede vrouw, Valeria Vladimirovna Navasjina (Valisjevskaja). De twee hadden elkaar al in 1923 leren kennen in Tiflis: een onverwachte, korte en hevige passie. Na zijn scheiding van Katja oftewel Konijntje (zie ook Wel een hondje en geen mobiel) zou Paustovski met Valeria oftewel Vosje trouwen. Met haar maakte hij de Tweede Wereldoorlog mee, de brisantbom die insloeg in hun woning, de evacuatie uit Moskou, de armoede. Het was ook Valeria die hem aanraadde zijn levensherinneringen op te schrijven. Continue reading “De zwager van Konstantin Paustovski”

Wel een hondje en geen mobiel

Goudzand van Konstantin Paustovski is alweer twee jaar geleden verschenen, eindelijk sloeg ik het vorige week open. Wat een boek: een mengeling van herinneringen, brieven, dagboekfragmenten en verhalen, een bouwwerk waarmee vertaler Wim Hartog het leven van Konstantin Paustovski (1892 – 1968, geboren en gestorven in Moskou) op een intieme manier heeft gereconstrueerd. Hoe kun je je eigen leven fictionaliseren? Lees Paustovski, en je ziet het voor je ogen gebeuren. Continue reading “Wel een hondje en geen mobiel”

Het oerbos van Peter Delpeut

Het alleroerste stuk van het Poolse oerbos, de Puszcza Białowieska, mag je alleen met een gids betreden. Het is het woud van de wisenten en de wolven, de zomereiken en de haagbeuken, ooit jachtgebied van Poolse koningen en Russische tsaren. Het wordt doorkruist door paden die door de tsaren werden aangelegd, de afstandpaaltjes geven nog steeds wersten (1067 meter) aan. Deze zomer was ik er voor het eerst van mijn leven, met een gids die we voor vier uur hadden ingehuurd, lekker doorstappen, een werst of 18 moest wel haalbaar zijn dachten we.

Maar de gids dacht daar anders over. Continue reading “Het oerbos van Peter Delpeut”

Waakhond uit Zutphen

Voor ons nieuwe huis wilden we wel een waakhond, maar geen hond, en daarom hingen we een schilderij van Jacek Sroka boven de voordeur. Op de grens tussen glooiende velden en een ruwgeborstelde hemel blaft onze waakhond dag en nacht tegen naderend onheil. Op de voorgrond staat een Fred Flinstone-achtig type iets te doen met een hakbijl. Hij wordt vergezeld door zijn schaduw die bijna nog dreigender in de graanvelden aanwezig is dan hijzelf. Een prachtig werk.

Probleempje: het schilderij was niet van ons. Continue reading “Waakhond uit Zutphen”

De betovering van Rosa Loy

Als ik op weg naar Assen Radio 4 aanzet, schalt plotseling het Requiem voor een kleine Polka van Henryk Górecki door de auto. Ik heb de cd thuis maar beluister hem nooit – de muziek kruipt teveel onder mijn huid. En dat gebeurt nu ook, kippenvel staat op mijn armen. Wat is dat toch, dat schoonheid je bij de lurven grijpt op momenten dat je er niet op verdacht bent? Continue reading “De betovering van Rosa Loy”

Een wandeling door een schilderij

‘Schilderijen zijn nooit helemaal van ons’, schrijft T.J. Clark in The Sight of Death. An Experiment in Art Writing. Ze leven hun eigen leven met hun donker en hun licht, hun stilte en hun beweging, hun harige en hun gladde oppervlaktes, hun verhalen en verzinsels. Toch willen wij, kijkers, ons de schilderijen toe-eigenen, ze ‘van ons’ maken.

T.J. Clark heeft daar in The Sight of Death een briljante methode voor gevonden. Continue reading “Een wandeling door een schilderij”

Tegenvaller

Naast alle prachtige boeken die ik in 2017 las, een lijst die met stip wordt aangevoerd door de roman Zulayka opent haar ogen van Guzel Jachina, waren er ook twee romans die me zo teleurstelden dat ik moeite heb moeten doen om ze niet in de IJssel te gooien. Die opwelling had vast meer te maken met mijn te hooggespannen verwachtingen dan met de kwaliteit van de boeken, want ze zijn beide lovend besproken en u moet ze dan ook zeker lezen. Al was het alleen maar om mij daarna tegen te kunnen spreken.

De eerste roman was Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili, volgens Die Zeit ‘een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse Duitse literatuur’. Continue reading “Tegenvaller”

Spring!

Spring! Neem een duik in het diepe. Spring in het warme bad van je familie en vrienden, in de stapels boeken die ook in 2018 op je liggen te wachten, in de verhalen die verteld moeten worden en de liedjes die nog niet geschreven zijn. Spring tussen de kunstwerken die nog gemaakt moeten worden en al die andere wonderbaarlijke zaken die je in ateliers en musea zult zien. Spring tussen de onbekende mensen die je gaat ontmoeten, je nieuwe buren wiens taal je niet spreekt, spring in de onbekende avonturen die zich nu nog voor je verbergen. Neem net als deze Griekse schoonheid uit de vijfde eeuw voor Christus een duik in een zee waarvan je de bodem niet kunt zien en verbaas je over alles wat zich aan je openbaart als je weer bovenkomt. Veel geluk in het nieuwe jaar.

[De duiker, fresco, Paestum, 470 v. Chr.]