Na het einde van de wereld

De ruïnes van de Piwnastraat, Warschau 1944
(c) Muzeum Powstania Warszawskiego

Er is zorgelijk veel aan de hand in de wereld – en in ons land. Hoe te schrijven in deze tijden? Hoe de schone kunsten te vieren? Wat is de impact van ons, van mijn, handelen in een tijd waarin de wereld lijkt te vergaan? Het waren vragen die wel eens zwaar op me drukten in het afgelopen jaar.

En daar was ineens deze tekst van de Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski. Onderstaand mijn vertaling, speciaal voor jullie, als boodschap voor het nieuwe jaar:

Lees verder “Na het einde van de wereld”

Kijken en bekeken worden

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen

Antwerpse school, ca. 1626, De Kunstkamer van Prins Władysław Zygmunt Vasa
© Collectie Koninklijk Paleis Warschau

Het schijnt dat ze echt bestaan: kunstverzamelaars die maanden met een nieuwe aankoop achterin de auto rondrijden omdat ze thuis niet durven opbiechten dat ze weer een kostbaar object hebben toegevoegd aan hun immer uitdijende collectie.

Lees verder “Kijken en bekeken worden”

Collage coming out

Roman, een van de personages uit mijn eerste roman De draad en de vliegende naald, verzamelt woorden die hij knipt uit kranten, melkpakken, plastic flessen. Hij scheurt bladzijden uit boeken ‘zodat de letters een nieuw leven konden beginnen.’ Ik heb me altijd afgevraagd: wat zou hij verder met die woorden doen? Wat zou dat nieuwe leven kunnen zijn?

Toen ik een jaar of twee geleden een tijdje niet kon lezen – een beangstigende ervaring – moest ik steeds aan Roman denken. Hij had een briljante manier gevonden om zich woorden toe te eigenen. Uit woede over het niet-kunnen lezen begon ik net als hij woorden te verzamelen: honderden woorden, duizenden. Ik knip uit alles: tijdschriften en reclamefolders, catalogi en psalmboeken, de scheurkalender van mijn stiefdochter. Al die woorden bewaarde ik in een groene archiefdoos. Aparte sigarenkistjes vulden zich met ‘dieren’, ‘kleuren’, ‘eten’, ‘lievelingswoorden’. Simultaan begon ik ook plaatjes uit te knippen.

Lees verder “Collage coming out”

Een voetnoot bij de aantekeningen van JPFK

Het is alweer een tijdje geleden dat ik een mail kreeg van JPFK. Ik heb grote bewondering voor JPFK, hij weet veel meer over kunst dan ik ooit te weten zal komen en hij kan er ook nog eens heel mooi over vertellen. Had ik misschien belangstelling voor de boeken over Rembrandt die hij aan het opruimen was? Dat had ik. En zo ben ik ineens de trotse bezitter van een stapel Rembrandt-literatuur waaronder de Dikke Rembrandt van Bob Haak en Rembrandt en de regels van de kunst van Jan Emmens. Maar het allerblijst ben ik met Rembrandt schilderijen 630 afbeeldingen van Abraham Bredius uit 1935. Lees verder “Een voetnoot bij de aantekeningen van JPFK”

Gangsters in Warschau

Moisje Bernstein is in de zomer van 1937 zeventien jaar oud als de Warschause bokser en gangster Jakub Shapiro zijn ouderlijke woning binnenstormt, vader aan zijn lange baard naar buiten sleurt, hem in de kofferbak van zijn Buick gooit, en er met onbekende bestemming vandoor gaat. Op die dag laat Moisje zijn zeven baardharen afscheren en trekt zijn lange kleren uit. Weg met dat kwetsbare, magere Joodje uit de verpauperde Nalewkistraat, de arme zoon van een niemand. Hij, Moisje Bernstein, besluit te worden als Jakub Shapiro, die ‘lange, knappe Jood met de brede schouders en machtige rug van een Makkabese bokser’ die maar één droom heeft: de koning worden van de Warschause onderwereld.

Lees het vervolg van mijn recensie van dit bijzondere boek voor Trouw Letter en Geest hier.

Transitie


De mooiste nieuwjaarskaart ontving ik van de Zutphense kunstenaar Edith Meijering. Kotty huis in uit, heet het werkje officieel. Wat je ziet is niets meer en niets minder dan dat: hond Kotty (2004 – 2015) vliegt een huis in en komt er weer uit – maar dan als mens. Een vrouw met lippenstift op. Lees verder “Transitie”

Monumentje voor Isaac Bashevis Singer

Eindelijk is het zover: Isaac Bashevis Singer heeft een monumentje gekregen in zijn Krochmalnastraat. Het is een simpel gedenkteken, een zwartgranieten plaat op een grijsbetonnen muur. ‘Elke Joodse straat in Warschau was een stad op zichzelf’, vermeldt de steen in de woorden van de grote schrijver. En daar is aan toegevoegd: ‘De toekomstige Nobelprijswinnaar woonde in dit deel van Warschau tussen 1908 en 1917. Door zijn werk maakte hij de Krochmalnastraat beroemd over de hele wereld.’ Lees verder “Monumentje voor Isaac Bashevis Singer”

Kajakarki

1

Ook na zestien jaar weet ik het nog precies: hoe ik op 10 februari 2001 om 17:00 uur mijn computer afsloot, mijn koffer de trap afzeulde, het allerlaatste afscheid vierde met vrienden en collega’s, hoe ik om 19:00 uur naar Warschau Centraal werd gebracht, op de Ost-West Express stapte die toen nog bestond en reed tussen Warschau en Hoek van Holland, hoe ik een coupé moest delen met een rokende man, Lees verder “Kajakarki”

Sprookje over de vrouw die in het Keret House woonde

Schermafbeelding 2016-06-26 om 11.35.04

Het is echt waar, er was eens een vrouw die in het Dom Kereta woonde, het Keret House. Het smalste huis van Warschau stond op hoge benen, net als zijzelf. Niet dat dat iets te betekenen had. Ze was geen type dat met haar hoofd in de wolken liep. Liever dan naar de toekomst te kijken, bewoog ze zich naar het verleden. Ik heb haar pas nog gezien, jij misschien ook? Op de hoek van de Chłodna- en de Żelaznastraat waren ze met de riolering bezig, af en toe hoorde ik de stratenmakers naar haar schreeuwen omdat ze in een kuil was gekropen en daar God weet wat aan het zoeken was. Ze kwam naar boven met een paar kapotte tegels, ik geloof dat ze mosgroen waren, is dat nu zo bijzonder? Lees verder “Sprookje over de vrouw die in het Keret House woonde”

Keret House (8, slot) – Sjoeni en de anderen

IMG_3125-165x220Ik schrik van de bel, zo laat op de avond, al ben ik blij dat ze zich eindelijk melden. Dankzij de camera kan ik net hun puntmutsen zien met de pompons. Ze moeten op elkaars schouders zijn gaan staan om bij de bel te kunnen. Voor ik het weet zeulen ze een heel klein kratje bier de trap op en stellen zich aan me voor: Sjoeni, Ze’efrani, After en Salzmann, de vier kabouters uit het verhaal ‘Sjoeni’ van Etgar Keret. Ze hebben allevier een zonnebrilletje op. Lees verder “Keret House (8, slot) – Sjoeni en de anderen”