Een zilveren broche uit Sobibór

Zilveren broche met De Nachtwacht, foto State Museum Majdanek

Ik zie de broche voor het eerst op een dia. Annemiek Gringold, hoofdconservator van het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam, toont de dia op een symposium gewijd aan de archeologische opgravingen in Sobibór: Excavating Sobibór. Holocaust Archeology between Heritage, History and Memory.

Het is geen broche: het is de linkerhelft ervan, alsof iemand het sieraad moedwillig doormidden heeft gebroken.

Het zilver is verweerd, aangetast door een ondergronds bestaan van meer dan tachtig jaar. En toch, als je heel goed kijkt, kun je er een overbekende scène in ontwaren: de Nachtwacht van Rembrandt.

Lees verder “Een zilveren broche uit Sobibór”

Drinkebroers, schutters en schalks kijkende vrouwen: Frans Hals in het Rijksmuseum

Deze bespreking verscheen eerder op de website van De Lage Landen


Als je de tentoonstelling Frans Hals in het Rijksmuseum binnenloopt, houdt het museum de schilderijen nog even voor zich. In neonletters licht zijn naam op, in zwart-wit worden zijn woeste penseelstreken psychedelisch uitvergroot. Wat gaan we hier zien? Wat gaan we ervaren? “Rauw”, schrijft de eerste zaaltekst en De vrolijke drinker zwaait ons tegemoet, een goed gevulde berkenmeier wankelend op zijn vingertoppen, alsof hij wil zeggen: pak een glas, kom binnen, ik stel je voor aan mijn vrienden.

Lees verder “Drinkebroers, schutters en schalks kijkende vrouwen: Frans Hals in het Rijksmuseum”

Roeland Savery schilderde de sprookjeswereld van de keizer

Deze tekst verscheen eerder op de website van De Lage Landen

Savery Orpheus betovert de dieren met zijn muziek 1627 Mauritshuis Den Haag

Roelant Savery, Orpheus betovert de dieren met zijn muziek, 1627 © Mauritshuis, Den Haag


Het is een sensationele ervaring om in het schilderij rond te dwalen. Het leeuwenkoppel en de paarden, de damherten en de reeën, een kameel en een neushoorn, een kaketoe, kippen en een haan, en, jawel, de dodo. Vogels in allerlei soorten trippelen tussen de tulpen of vliegen tussen het lover en de rotspartijen, sommige met vreemd stijve poten.

Lees verder “Roeland Savery schilderde de sprookjeswereld van de keizer”

Verkleden om het leven te vieren

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen.

Verkleedminiatuur c Nationalmuseum Stockholm

Verkleedminiatuur © Nationalmuseum Stockholm

Tijdens mijn laatste minuut op de roeimachine herken ik haar onmiddellijk als ze de sportschool binnen komt lopen: Y. Ditmaal draagt ze een fantastisch grasgroen hoedje, gecombineerd met een nepbontjackje in dezelfde kleur. Besmuikt kijk ik naar mijn eigen flodderige joggingbroek en eeuwenoude T-shirt waarin ik mijn kilometers roei. Even later staan we buiten. “Hoeden?”, zegt Y., als ik haar bewonderend aanspreek over het dopje op haar hoofd. “Ik heb er 250!

Lees verder “Verkleden om het leven te vieren”

Ode aan het prikbord

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen

Samuel van Hoogstraten Trompe loeil stilleven c Dordrechts Museum

Samuel van Hoogstraten, Trompe-l’oeil stilleven, 1664, (c) Dordrechts Museum

Ieder jaar weet ik dat het een illusie is en toch geloof ik er altijd weer een paar dagen in: dat ik op 1 januari opnieuw kan beginnen. Het is ook een illusie te denken dat de dagen tussen kerst en oudjaar bij uitstek geschikt zijn om me op dat nieuwe begin voor te bereiden – toch koester ik die zelfbedachte magie.

Lees verder “Ode aan het prikbord”

Het canongevoel

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen

Jan Verburg, tentoonstelling The Fly, Bergkerk Deventer, zomer 2023

Toen ik aan het begin van de zomer door het ILFU – het Internationaal Literatuur Festival Utrecht – werd gevraagd een lijstje te maken van de tien Poolse romans die iedereen moet lezen om de Poolse literatuur te leren kennen, was dat een pittige en plezierige klus. Wat is er fijner dan het canongevoel, waarbij je, al is het maar even, in de illusie verkeert dat de wereld in een lijst van tien punten te vatten is? Of de vroegmoderne Nederlandse en Vlaamse kunst in honderd meesterwerken?

Lees verder “Het canongevoel”

Kan een everywoman geen heldin zijn?

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen

Afbeelding: Moments Contained, Thomas J. Price (2023) © Spinster / Wikipedia

“In haar maandelijkse column kijkt kunsthistoricus Gerdien Verschoor met een hedendaagse blik naar de erfenis van de oude meesters van de Lage Landen”, zo staat mijn column aangekondigd op de website van delagelanden.com Die opdracht werd deze maand enigszins op de proef gesteld.

Eerst zag ik de prachtige tentoonstelling van de Italiaanse Sofonisba Anguissola (ca. 1532-1625) in Rijksmuseum Twenthe in Enschede. En nu volg ik gefascineerd het debat dat is ontstaan rondom het beeld Moments Contained van Thomas J. Price. Sinds begin juni is ze te zien voor het Centraal Station van Rotterdam: een vier meter hoog zwart meisje met het haar in een knot, gekleed in een trainingspak, sneakers aan haar voeten.

Geen sokkel

Op een sokkel staat ze niet: het is een ‘everywoman’ – een gewone vrouw, de handen gebald in de zakken van haar trainingsbroek. Het werk werd aangekocht door Stichting Droom en Daad en geschonken aan de stad Rotterdam. Meteen nadat het beeld geplaatst was, barstte de discussie los.

Rosanne Herzberger, columniste van NRC, gooide op 3 juni de knuppel in het hoenderhok. Ze vindt het beeld “erger dan saai en onoprecht […], een product van een maatschappelijke stroming waarin het volstaat om een gemarginaliseerde partij te zijn om sympathie te krijgen. Alleen maar vrouw zijn, een beperking hebben, een hoofddoek dragen, een donkere huidskleur of liefst een combinatie hiervan is genoeg om op het schild gehesen te worden, en helemaal in de culturele sector.” En ze vervolgt: “Een standbeeld voor iedereen is een belediging voor mensen die wél heldendaden verrichten.”

Een “held”, zegt de Dikke Van Dale, “is iemand die uitblinkt door moed”. Een heldendaad: “een dappere daad”.

“Dikwijls is de machtigste persoon in de ruimte diegene die op de achtergrond blijft, of die wat aan het prutsen is, of die niet kaarsrecht zit met een glimlach om de mond”, zei Price in een interview met The Guardian. Hij maakte een hele serie grote monumentale sculpturen van hedendaagse figuren die hij ‘everymen’ en ‘everywomen’ noemt. Het zijn denkbeeldige personages die alledaagse dingen doen: ze kijken op hun telefoon, of ze staan, zoals de everywoman in Rotterdam, met de handen in de zakken voor zich uit te kijken. Ze zijn alledaags en stralen toch een enorme strijdbaarheid uit.

In een ander interview zegt de kunstenaar dat dit werk gaat over de ervaring weggezet te worden als ‘de ander’ – de emoties die die ervaring oproept zijn gevat in dit ene moment. Vandaar ook de titel: Moments Contained.

Andere sterke vrouwen

Het beeld van Price doet me denken aan andere sculpturen van sterke vrouwen. In hetzelfde Rotterdam: het monumentale beeld van koningin Wilhelmina door Charlotte van Pallandt (1898-1997). In Brussel: het standbeeld van Gabrielle Petit door Egide Rombaux (1865-1942), de drieëntwintigjarige spionne die in 1916 door de Duitsers werd gefusilleerd. David Van Reybrouck ging in zijn prachtige roman Slagschaduw op zoek naar het model dat voor het beeld poseerde.

Wilhelmina Gerhardt Petit

‘Wilhelmina’, Charlotte van Pallandt; ‘Ida Gerhardt’, Herma Schellingerhoudt en ‘Gabrielle Petit’, Egide Rombaux © Jannes Linders / BKOR; Inzutphen.nl; DimiTalen / Wikipedia

Of in mijn eigen Zutphen, het beeldje van de dichteres Ida Gerhardt door Herma Schellingerhoudt – niet bepaald een everywoman, maar toch een standbeeld zonder sokkel. En als we het dan toch over beelden van helden op sokkels hebben: in Assen word je bij het station door een gigantische hond begroet!

Zelf ben ik verward door de column van Herzberger. Ben ik een naïeve wokist? Zoek ik helden waar ze niet zijn? Beledig ik daarmee ‘echte’ helden? Het is juist de zelfbewuste kracht die het beeld uitstraalt waarvan ik onder de indruk ben. En ik niet alleen. De eerste demonstratie bij de everywoman heeft al plaatsgevonden: die voor gerechtigheid voor Sanda Dia, de Vlaamse student die in 2018 om het leven kwam bij een gewelddadige ontgroening.

Sofonisba

Maar mijn beeld is ook gekleurd door andere standbeelden die ik in mijn visuele geheugen heb opgericht. Standbeelden die vrouwen oprichtten voor elkaar – en voor zichzelf. Sofonisba Anguissola maakte een onvergetelijk groepsportret van haar schakende zusjes. Ze schilderde treffende zelfportretten.

En ja, daar is gelukkig de verbinding met de oude meesters uit de Lage Landen. Want Sofonisba moet het Zelfportret van Catharina van Hemessen (1527 of 1528 – na 1587) uit 1548 gekend hebben: ze liet zich er zichtbaar door inspireren. Catharina van Hemessen was de vroegste Zuid-Nederlandse renaissanceschilderes van wie gesigneerd werk bewaard is gebleven. Haar zelfportret is het bekendste en oudst bewaarde zelfportret van een vrouw uit de Lage Landen.

Van Hemessen Sofonisba Anguissola

‘Zelfportret’, Catharina van Hemessen (1548); ‘Het schaakspel’ (1555) en ‘Zelfportret bij de schildersezel’, Sofonisba Anguissola (1556) © Kunstmuseum Basel; The Raczyński Foundation, Muzeum Narodowe w Poznaniu, Poznan; Muzeum – Zamek w Łancucie, Łancut

Nee, Catharina heeft haar handen niet gebald in haar broekzakken als teken van weerbaarheid. Ze heeft een andere manier gevonden om zichzelf te realiseren, een manier die paste bij haar tijd en milieu. In haar handen houdt ze palet en penseel. Als een held iemand is die uitblinkt door moed, dan is dat Catharina van Hemessen wel, met haar zelfbewuste blik op dat allereerste zelfportret van een vrouw.

Ik kijk haar aan, en ze kijkt terug. En ondertussen bal ik mijn vuisten in de zakken van mijn joggingbroek, net als dat zwarte meisje dat zo stoer en toch zo kwetsbaar in Rotterdam staat en daar nog wel even het gesprek van de dag zal zijn.

Kijken en bekeken worden

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen

Antwerpse school, ca. 1626, De Kunstkamer van Prins Władysław Zygmunt Vasa
© Collectie Koninklijk Paleis Warschau

Het schijnt dat ze echt bestaan: kunstverzamelaars die maanden met een nieuwe aankoop achterin de auto rondrijden omdat ze thuis niet durven opbiechten dat ze weer een kostbaar object hebben toegevoegd aan hun immer uitdijende collectie.

Lees verder “Kijken en bekeken worden”

Alweer Vermeer

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen

De redactie van de lage landen heeft me gevraagd om deze nieuwe columnreeks te beginnen met een korte en gevatte tekst over Johannes Vermeer, naar aanleiding van de grote tentoonstelling die dit voorjaar in het Rijksmuseum te zien zal zijn. Zodra ik de column heb toegezegd, heb ik al spijt. Want in plaats van vreugde over de aanstaande tentoonstelling, ervaar ik een groeiende schaamte over de enorme blockbuster die aanstaande is. En tegelijkertijd schaam ik me over die schaamte. Alweer Vermeer, wat is daar nu zo erg aan?

“Stop de blockbusterverslaving”, schreef Meta Knol, destijds directeur van Museum De Lakenhal in Leiden, in een ingezonden stuk in NRC. We hadden net het Rembrandtjaar 2019 achter de rug, en net als een aantal andere musea had ook Museum De Lakenhal flink uitgepakt met een grote Rembrandttentoonstelling. Jaren van onderzoek en fondsenwerving gingen aan de tentoonstelling vooraf, er verscheen een gedegen catalogus, onderzoekers reisden op en neer, internationale bruiklenen werden ingevlogen.

Rembrandttentoonstelling c vaclav pluhar

Over de koppen lopen voor ‘De Nachtwacht’ van Rembrandt in het Rijksmuseum © Václav Pluhař

Na de tentoonstelling bleven directie, medewerkers en de kas van het museum uitgeput achter. Blockbusters zijn organisatorisch en financieel niet vol te houden en bovendien niet duurzaam, beoogde Knol in het stuk. Ze laten enorme ecologische voetafdrukken achter. En wat doen we de schilderijen zelf aan, die in kisten en kratten de wereld worden overgevlogen? Andere museumdirecteuren sloten zich bij haar aan.

Maar status verplicht, zei een van hen, als je een internationaal bekend museum bent. En status krijg je door almaar groeiende bezoekersaantallen, lange rijen voor je museum, en een run op de voorverkoop van digitale toegangsbewijzen.

De website van het Rijksmuseum zuigt me naar binnen met Vermeers parels, oogopslagen, en bontkraagjes. Een geluksgevoel overvalt me

De discussie spookt door mijn hoofd als ik op een redelijk stille namiddag door het Rijksmuseum loop en blijf staan bij Het straatje van Vermeer. Ik kijk naar de muren van het huis, de scheuren en de later weer dichtgemetselde kieren, de ruitjes in de vensters, de kleuren van de luiken die op een subtiele manier elders in het schilderij weer terugkeren. Ik kijk naar de vrouwen die hun stille werkzaamheden verrichten, de kinderen die al meer dan driehonderd jaar in hun spel gevangen zijn. Het schilderij toont, misschien meer nog dan de andere werken van Vermeer, een wereld die er niet meer is en toch nog steeds bestaat.

Nog geen kwartier lopen van het Rijksmuseum kun je ze nog steeds vinden, de lege straten, de doorkijkjes, misschien zelfs nog een enkele vrouw die de stoep voor haar huis met een bezem schrobt. Die magische stilte in een wereldstad die steeds meer onder de voet wordt gelopen door miljoenen toeristen. Ze zoeken een wereld die aan het verdwijnen is omdat zijzelf, ikzelf, er deel van willen uitmaken.

Rijen in het Rijksmuseum c Frans de Wit

Er is een stormloop voor de Vermeertentoonstelling in het Rijksmuseum: alle 450.000 kaartjes zijn verkocht © Frans de Wit

Intussen is de Vermeergekte losgebarsten in het Rijksmuseum. Ik had mezelf beloofd er niet aan mee te doen. Waarom dringen in een rij als ik op een middag als deze Vermeers kan gaan bekijken in het Rijks of Mauritshuis? Waarom bijdragen aan de ecologische voetafdruk van de tentoonstelling? Nee, ik weiger dit keer.

Tot vrienden uit het buitenland zich melden om een logeerplek en om hulp bij het boeken van de toegangsbewijzen. Voor ik het weet zit ik vanachter mijn laptop koortsachtig naar de beste timeslots te zoeken. En dan gebeurt het. Is het de gewiekste marketing van het Rijks of is het de kunsthistoricus in me die zo gemakkelijk te verleiden is? De website van het Rijksmuseum zuigt me naar binnen met Vermeers parels, oogopslagen, en bontkraagjes. Een geluksgevoel overvalt me.

Ik weet dat ik straks anders naar Het straatje zal kijken als het in de buurt van het Gezicht op Delft uit het Mauritshuis hangt. Ik weet dat de vrouwen uit Het straatje zich anders gaan bewegen als ze in de buurt zijn van al die andere vrouwen die door Vermeer zijn geschilderd. Ik weet dat al die 28 werken van Vermeer een dialoog met elkaar zullen aangaan en dat er tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling iets zal gebeuren waarvoor Cees Nooteboom het juiste woord heeft gevonden: hekserij.

Gezicht op Delft en Het straatje c Rijksmuseum en Henk Wildschut

Vermeers Gezicht op Delft hangt naast Het straatje in het Rijksmuseum © Rijksmuseum / Henk Wildschut

Nu heb ik alleen nog een gedicht nodig dat me helpt om mijn schaamte over alweer Vermeer te overwinnen. Tomas Tranströmer schiet me te hulp als ik naar Het straatje kijk:

De heldere hemel staat tegen de muur geleund.
Hij is als een bede tot het lege.
En het lege wendt zijn gezicht tot ons
en fluistert:
“Ik ben niet leeg, ik ben open.”