11 Boeken om de Poolse literatuur te leren kennen

Wie ik werkelijk ben, heb ik te danken aan de Poolse literatuur. Die regel heb ik al eens eerder opgeschreven, en hij is nog steeds waar. Bij mijn eerste bezoek aan Polen, tijdens een studentenuitwisseling in 1983, ervaarde ik als enigszins naïeve Leidse kunstgeschiedenisstudent voor het eerst wat literatuur kan betekenen. Een boek of een gedicht kon een vlucht uit de werkelijkheid zijn. Maar veel meer nog was het een protest, een stem van verzet. Het waren de jaren waarin bijvoorbeeld het gedicht ‘Meneer Cogito’s opdracht’ van Zbigniew Herbert een duizelingwekkende carrière maakte door zich te transformeren tot een soort anti-communistisch strijdlied dat velen uit hun hoofd kenden. ‘Toon moed wanneer de rede tekort schiet moed/ bij de laatste afrekening is dat het enige wat telt.’ Het is een gedicht dat in het huidige Polen, waar de persvrijheid steeds meer wordt beperkt, waar de onafhankelijkheid van rechters wordt belemmerd, en waar democratie en rechtsstaat steeds meer worden ondermijnd, helaas opnieuw actueel is.

Voor het Internationaal Literatuur Festival Utrecht (ILFU) maakte ik een lijst van elf Poolse boeken die je gelezen moet hebben.

Lees verder “11 Boeken om de Poolse literatuur te leren kennen”

De omhelzing van Abraham

Cultureel erfgoed is een slachtoffer van iedere oorlog. Ook in Oekraïne woedt al sinds meer dan een jaar een conflict dat gaat over identiteit – en dus over erfgoed. Erfgoed is hier meer dan een toevallig doelwit. De Russen vernietigen kunst en cultuur doelbewust als onderdeel van hun strategie om de Oekraïense identiteit uit te wissen. We zagen de beelden van verwoeste kerken, kapotgeschoten theaters, zwaar beschadigde musea.

Volgens cijfers van UNESCO (eind november) zijn 221 culturele sites gedeeltelijk of volledig verwoest als gevolg van de oorlog, waaronder 98 religieuze gebouwen, 78 gebouwen van historische of artistieke waarde, 18 monumenten, 17 musea en 10 bibliotheken. Ook zijn er berichten over grootschalige plundering van museale collecties door de Russen in onder meer Kherson.

Op grote schaal zet de Oekraïense bevolking zich in om hun erfgoed te redden. Kunstwerken werden op veilige plekken ondergebracht, standbeelden met zandzakken beschermd, gebrandschilderde ramen dichtgetimmerd.

Beeldend kunstenaar Elena Subach (1980) woont en werkt in Lviv. Daar maakte ze vorig jaar een fotoreportage van kunstwerken die worden ingepakt om ze tegen het oorlogsgeweld te beschermen. Ze bundelde haar foto’s in het boek Hidden, met een essay van Yurko Prohasko.

Het zijn aangrijpende beelden. Wat misschien nog wel meer indruk op me maakt dan de kwetsbaarheid van al die prachtige objecten, is de liefde en zorg waarmee ze worden omringd.

Kijk eens hoe Abraham troost zoekt bij de man met het mondkapje.
Kijk terug naar de vrouw die ons aankijkt vanachter beschermend tape.
Kijk eens hoe de engelen op het orgelfront staan ingepakt en nog steeds wit en trots zijn, en daarmee een nieuw soort engelen zijn geworden.

Het fotoboek Hidden van Elena Subach kun je bestellen via deze link. Een deel van de opbrengst gaat naar Children of Heroes, ter ondersteuning van kinderen die hun ouders aan de oorlog in Oekraïne hebben verloren.

De sculptuur van Abraham en de engelen zijn van de hand van Johann Pinsel (1715-1725 – 1761 of 1762).

Over Saturnin van Jakub Małecki

Hoe kan het dat de weg naar school korter is dan de weg terug? Waar bevindt zich dat magische rijk waar de bus op de terugweg twee kilometer méér aflegt? In Saturnin neemt de Poolse auteur Jakub Małecki ons mee naar de kindertijd van het sproetige jongetje Saturnin Markiewicz en naar de familiegeheimen die zijn volwassen leven zullen bepalen. Jakub Małecki gebruikte voor deze roman de dagboeken van zijn eigen grootmoeder en vond een prachtige vorm om een nieuw, verzonnen leven te geven aan de doden.

Saturnin werd vertaald door Karol Lesman en verscheen bij Querido. Ik besprak het boek voor dagblad Trouw van 10 december 2022

Na de bevrijding

‘Er zijn nu eenmaal dingen die niet enkel het bewaren waard zijn. Men zou er zo luid over moeten schreeuwen dat iedereen het geschreeuw kan horen.’
De Poolse filosofe Barbara Skarga (1919-2009) schreef, jaren na haar bevrijding, haar indrukwekkende aantekeningen over tien jaar gevangenschap in de goelag. De parallellen met het heden zijn glashelder: de Russische retoriek over de noodzaak om het buurland te bevrijden van fascisten, mensen die op treinen oostwaarts worden gezet, honger als wapen, deportaties die evacuaties worden genoemd, schijnverkiezingen. Maar ook zonder die actualiteit is Na de bevrijding een betekenisvolle memoir met een krachtige boodschap: hoe mens te blijven in verschrikkelijke omstandigheden.

Na de bevrijding werd vertaald door Steven Lepez en van een voorwoord voorzien door Alicja Gescinska. Ik besprak het boek voor dagblad Trouw van 19 november 2022.

Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum

In de jaren tachtig behoorde ik tot de generatie die het dagboek van Etty Hillesum verslond. Ik volgde zelfs een jaar lang een studiekring die aan het dagboek was gewijd en in de vele jaren erna pakte ik het nog regelmatig uit de kast. Later schafte ik De nagelaten geschriften aan, dat niet alleen een uitgebreidere versie van het dagboek bevatte, maar ook vele brieven. In verschillende levensfases kon ik me met verschillende ‘Etty’s’ identificeren: haar liefdesgeschiedenissen, haar liefde voor de literatuur, haar zoektocht naar God, haar plek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ik herlas haar werk opnieuw toen ik directeur werd van Herinneringscentrum Kamp Westerbork en alweer kregen de teksten een hele betekenis. De brieven van Etty Hillesum uit kamp Westerbork behoren tot de meest aangrijpende ooggetuigenverslagen uit de ‘Westerbork-literatuur’.

Lees verder “Een huis met vele vensters: over de biografie van Etty Hillesum”

Het lied van ooievaar en dromedaris


Eliza May Drayden is de schrijfster van een uitzonderlijke, tijdens haar leven verguisde roman en van een geheimzinnig aantekenboekje. Bovendien is ze al dood als Het lied van ooievaar en dromedaris begint – de roman die aan haar raadselachtige leven gewijd is. We maken kennis met Eliza May via de vrouw die haar aflegt, Susan Knowles, en dat gebeurt op 12 december 1847. Maar Eliza May is geen gewone dode. Haar dode ogen laten zich niet sluiten, bij het wassen rijzen de blonde haartjes op haar onderarm ‘als de nekharen van een wolf omhoog’, en bij de begrafenis hoort Susan haar bonken in de kist.

Lees verder “Het lied van ooievaar en dromedaris”

Het zijn steeds de anderen die sterven – over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski



De ironische verhalen van Tadeusz Borowski – deels nu voor het eerst vertaald – behoren tot de meest indrukwekkende van de Holocaustliteratuur.

Lees je Tadeusz Borowski’s beschrijving van zijn omgeving dan lijkt het het begin van een pastorale dag ergens in Midden-Europa. ‘De schaduw van de kastanjebomen is groen en zacht. Ze wiegt zachtjes over de nog vochtige, want net gedolven aarde, en torent boven ons uit als een zeegroene, naar ochtenddauw geurende koepel. De bomen vormen een hoge haag langs de weg, hun toppen gaan op in de kleuren van de hemel. Er komt een bedwelmende moerasgeur van de vijvers. Het gras, groen als pluche, glinstert nog van de dauw, maar de aarde ligt al te dampen in de zon. Het gaat heet worden.”

Maar schijn bedriegt. Opnieuw zal het een dag vol verschrikkingen zijn in Harmenze, een satellietkamp van Auschwitz. Opnieuw zal het een dag zijn waarop je alleen kans hebt op overleven als je de mogelijkheid hebt om te ‘organiseren’, de ongeschreven kampregels navolgt, en het ‘Auschwitz’ beheerst. Opnieuw is het een dag uit het leven van Tadek, het alter ego van Tadeusz Borowski, wiens verhalen behoren tot het meest indrukwekkende uit de Holocaustliteratuur. De bundel Hierheen naar het gas, dames en heren, dat een groot deel van Borowski’s verzamelde verhalen en gedichten bevat, verscheen in een nieuwe vertaling van Karol Lesman en Charlotte Pothuizen. Lees hier de hele bespreking die verscheen in de zaterdagbijlage van Trouw, 11 juni 2022.

Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork

Als je het boek openslaat, zie je een foto van lichtvlekken waarin minuscule vliegjes zweven. Dan volgen een paar sprookjesachtige opnames van met lupines bestrooide landschappen. Zo, met de lichtvoetigheid en de zoetheid van een bruidssuiker, begint het boek Tot de dood ons scheidt – de huwelijken van Kamp Westerbork van fotograaf en tekstschrijver Saskia Aukema.

In de schijnwereld die Kamp Westerbork was, werd er gemusiceerd en gesport op niveau, gingen kinderen naar school en werden zieken genezen. En er werd getrouwd: uit liefde, uit angst, om samen op transport te mogen of juist in de hoop helemaal niet op transport te worden gesteld. Een van de bruiden was Annie Preger, de oudtante van Saskia Aukema. Haar huwelijksverhaal wordt door Aukema verteld op dun papier, ingeklemd tussen twee verkreukelde foto’s waarvan verpleegster Annie en haar verloofde Hans van Witsen ons met glanzende ogen aankijken. Een uit de trein geworpen briefje is de volgende foto: 22.1.43 Zijn op transport naar W. Houden ons goed en moedig. Tot ziens. Hans.

Lees verder “Tot de dood ons scheidt: de huwelijken van Kamp Westerbork”

De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski

Vandaag wil ik lezen over Oekraïne en ik twijfel wat ik van de plank zal pakken. Misschien Esther van Katja Petrowskaja of Ze kwam uit Marioepol van Natascha Wodin of misschien dat hele kleine fijne dichtbundeltje Drohobycz van Serhij Żadan? Maar behalve het bundeltje van Żadan heb ik geen ‘echte’ Oekraïense literatuur. Al mijn boeken die met Oekraïne te maken hebben, zijn in een andere taal geschreven, vanuit een andere taal vertaald.

Ik kies voor Familiearchief van Boris Chersonski. Ik had nog nooit van deze Joods-Russische dichter gehoord tot ik deze cyclus van verhalende gedichten op een stapel in de ramsj zag liggen. De bundel greep me meteen bij de keel.

Lees verder “De takken wiegen in verschillende richtingen – over ‘Familiearchief’ van Boris Chersonski”

Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute

Op mijn werkkamer van het Herinneringscentrum bij Kamp Westerbork heb ik twee foto’s opgehangen. Het zijn twee sterk vergrote opnames van een parfumflesje en een broche van een hondje, die door fotograaf Sake Elzinga bijna etherisch tegen een zwarte achtergrond zijn weergeven. De uitvergrotingen werken zo vervreemdend dat de foto’s autonome kunstwerken zijn geworden. Maar hun schoonheid bedriegt. In 2011 werden het flesje en de broche samen met nog talloze andere voorwerpen tijdens opgravingen door archeoloog Ivar Schute en zijn team opgediept uit de bodem van het voormalige kampterrein.

Lees verder “Opgedolven woorden. Over ‘In een schaduw van een nachtvlinder’ en de poëtica van Ivar Schute”