Blog

Schaduwen knippen met een magische schaar

Een mens bestaat nooit op zichzelf. Schaduwen uit het verleden bepalen wie we zijn. Dat de grenzen tussen feit en fictie daarbij vervagen, nou en?

Voor de Nederlandse Boekengids besprak ik Het bed met de gouden poot van de Letse schrijver Zigmunds Skujiņš. De roman is nu, eenendertig jaar na publicatie, in het Nederlands verschenen, in vertaling van Brenda Lelie die de roman ook van een voorwoord voorzag.

De bespreking kun je hier lezen.

Zigmunds Skujiņš, Het bed met de gouden poot (vertaling Brenda Lelie), Prometheus 2025, 528 p.

Er is schoonheid in het onvoltooide


‘In alle huizen die ik in mijn leven heb bewoond, vooral in mijn studententijd, liet ik altijd iets onaf. In mijn achterhoofd zat het wellicht vreemde idee dat wanneer een huis helemaal af zou zijn, ik op zoek moest naar een ander huis. Want dan was er niets meer te doen en blijkbaar moet ik altijd iets te doen hebben.’ Dit is een citaat uit een van de mooiste fragmenten van het nieuwe boek van Gerbrand Bakker, Aan mij heb je niks, het vierde deel van Bakkers ‘autobiografische geschriften’ dat verscheen in de serie Privé-domein van de Arbeiderspers.

Lees verder “Er is schoonheid in het onvoltooide”

Over de dingen van Władysław Szlengel

Voor De Parelduiker schreef ik een essay over een van mijn ‘historische buren’ in Warschau – de Pools-Joodse dichter Władysław Szlengel (1912 of 1914 – 1943). Hij woonde vlakbij ‘mijn’ IJzerstraat, maar dan in een ander tijdperk. Wil je het mooi vormgegeven papieren nummer van De Parelduiker op papier lezen? Je kunt het (jaargang 29, 2024, nummer 5) hier bestellen.

Władysław Szlengel voor een filmaffiche van De graaf van Monte Christo, juli 1930 (Emanuel Ringelblum Jewish Historical Institute [JHI] Collection.

Lees verder “Over de dingen van Władysław Szlengel”

Hamers en beitels, humor en wijsheid

Mérode-altaarstuk, detail
© via Met Museum

Na het overlijden van mijn vader moet ik steeds denken aan de Mérode-triptiek, waarin Jozef wordt afgebeeld als timmerman. Hoe graag had mijn vader hem aangemoedigd om ook een klauwhamer, blokschaaf en ander gereedschap aan te schaffen.

Een ode aan Gert Verschoor (1936 – 2025).

Lees verder “Hamers en beitels, humor en wijsheid”

Ouder worden als ervaring

Rembrandt van Rijn, Oude lezende vrouw, waarschijnlijk de profetes Hanna, 1631
© Rijksmuseum, Amsterdam

‘Geloof me, Kelafos, ik vind het fijn om met heel oude mensen te praten. Ze hebben als eersten een weg genomen die misschien ook wij moeten afleggen. En ik denk eigenlijk dat we van hen kunnen leren hoe die weg is, ongelijk en lastig óf gemakkelijk en vlak. Hoe denk jij hierover?’
Socrates in Plato, Het bestel 

Met deze vraag van Socrates als uitgangspunt stuurde filosofe Suzanne Biewinga negen jaar geleden een bericht naar haar lokale krant. Ze hoopte twaalf ouderen te interesseren om mee te doen aan drie filosofische groepsgesprekken, waarin ze met hulp van oude en hedendaagse denkers en wetenschappers wilde onderzoeken hoe mensen oud worden in deze tijd. Immers: nog nooit in de geschiedenis zijn zóveel mensen zó oud geworden.  

Lees verder “Ouder worden als ervaring”

In memoriam: Marian Turski

‘Wees niet onverschillig’. Dat was het levensmotto van de Pools-Joodse historicus, journalist en Auschwitz-overlevende Marian Turski. Hij overleed op 18 februari, 98 jaar oud. Op zondag 23 februari werd hij onder grote belangstelling begraven op de Joodse begraafplaats in Warschau.

Marian Turski (Foto: M. Jaźwiecki / Muzeum Historii Żydów Polskich)

‘Wees niet onverschillig’ – het was de ondertoon van alle gesprekken die je met Marian Turski voerde. Ik leerde hem kennen in de jaren negentig, toen ik cultureel attaché was aan de Nederlandse Ambassade in Warschau.

Lees verder “In memoriam: Marian Turski”

Eiland


Hij sliep met zijn kleren aan onder twee dekbedden van eendendons. Soms trok hij, al half in slaap, zijn muts tot over zijn oren. Dan moest het buiten wel zo’n twintig graden vriezen en binnen, in de woonkamer waar nu ook zijn bed stond, kwam de temperatuur niet boven het vriespunt uit.

’s Morgens, als het licht begon te worden, of nog eerder, werd hij wakker van het jonge katertje dat zomaar aan was komen lopen. Ruw tongetje dat over zijn oogleden schraapte en aan zijn baard likte. Dan stak hij zijn vingers in de gaten van zijn vingerloze handschoenen, stapte in zijn pantoffels, en liep naar de keuken om het vuur nieuw leven in te blazen. Hout, kooltjes, ketel die begon te zingen, de enige vorm van muziek die hij in dagen hoorde. Een theezakje gaat gemiddeld zeven bekers mee, de hete stoom die het keukenraam beschilderde.

Lees verder “Eiland”

Tranen


Eigenlijk moet je ervoor naar Berlijn, maar nu zie ik hem zomaar op het omslag van het decembernummer van Kunstschrift: Johannes de Doper in de wildernis van Geertgen tot Sint Jans. De heilige, gekleed in een bruine pij waarover een warme diepblauwe mantel is geslagen, als een deken, is verzonken in gedachten. Zijn peinzende hoofd rust op zijn knokige hand. Hij friemelt met zijn voeten, zoals Friso Lammertse in Kunstschrift zo mooi observeert. Voeten die een ontroerend beeldrijm vormen met de pootjes van het lam dat hem vergezelt.

Johannes de Doper in de wildernis van Geertgen tot Sint Jans, op het omslag van het decembernummer van Kunstschrift

Lees verder “Tranen”

Stad, witte wolk

De tekening wordt in dit nieuwe jaar tien jaar oud: Stad/Witte wolk van de Poolse kunstenaar Zbigniew Biel (Częstochowa, 1957). Krijt op papier, abstracte vormen, verschillende perspectieven. Het is alsof je van bovenaf op een stad kijkt, met zijn grillige geometrische vormen links, ronde vormen rechts, ingetogen chaos. Daarboven zweeft, als rustpunt, een wolk van wit krijt. Of is de wolk zelf ook de stad?

Zbigniew Biel, Miasto/Biała chmura (Stad/Witte wolk)
krijt op papier, 2015


‘Enkel over wit zou je een vuistdik handboek kunnen schrijven’, schreef Anton Valens in Een kniebuiging voor de ezel. En: ‘Aan zijn gebruik van wit herken je de ware schilder.’

Lees verder “Stad, witte wolk”

Anton Valens en zijn kniebuiging voor de ezel


‘De kunstgeschiedenis is weinig anders dan een lang uitgesponnen wasmachineprogramma. Voorspoelen, temperatuur instellen, inzepen, spoelen (het eigenlijke wassen), naspoelen, centrifugeren en drogen. Schoonheid is een cyclisch proces. Waar het om gaat is je geliefd maken. Dat kun je het beste zo onopvallend mogelijk doen.’

Als je je kerstboom nog niet hebt opgeruimd, leg er dan nog snel dit cadeau onder, voor je geliefde of gewoon voor jezelf. Want Een kniebuiging voor de ezel. Over tekenen en schilderen van Anton Valens is een grappig, mooi en wijs boek over kunst en (een beetje) kunstgeschiedenis.

De veel te vroeg gestorven Valens (1964-2021) publiceerde tijdens zijn leven zeven romans, een achtste boek verscheen postuum. Hij won literaire prijzen en stond op goede longlists. Dat Valens naast schrijver ook beeldend kunstenaar was, opgeleid aan de Rietveldacademie en de Rijksacademie in Amsterdam, is veel minder bekend. Ik las – en herlees – zijn werk graag, maar kende zijn beeldende werk nauwelijks. En ik had er geen idee van dat dubbeltalent Valens zo schitterend over kunst kon schrijven. Een kniebuiging voor de ezel brengt daar nu verandering in: in dit liefdevol gemaakte boek worden Valens’ teksten over kunst en zijn beeldende werk samengebracht.

Lees verder “Anton Valens en zijn kniebuiging voor de ezel”