
Misschien zijn er nooit zoveel honden geschilderd als in de 18de eeuw. Snel naar Rijksmuseum Twenthe om het portret van de familie Strode van William Hogarth (1697 – 1764) te bekijken, een tijdelijk bruikleen van Tate Britain. Het is een zogenaamd conversation piece oftewel een babbelstuk: we zien hoe de geportretteerden gezellig met elkaar aan het kletsen zijn terwijl een bediende thee inschenkt. Kijk goed hoe vreemd de dame in de roze robe haar schoteltje vasthoudt: typisch 18de eeuw! Op de voorgrond twee honden. Lees verder “De hond van Hogarth”







Dankzij mijn hond heb ik ze gezien. In het café was ik de tijd vergeten en daarom liepen we later dan anders langs de IJssel, mijn hond en ik, het was ver na middernacht. Hij reageerde discreet, zoals altijd: hij spitste zijn oren en zijn nekharen gingen recht overeind staan. Geen gegrom, gejank, geblaf. Gedecideerd draafde hij de dijk af, tussen de koeien door, in de richting van het water. Ik kon niet anders dan hem volgen. Pas toen hij naar me terugkeerde en zijn bevende lijf tegen mijn knieën drukte, zag ik hen beiden: een man en een vrouw.
Het is echt waar, er was eens een man die zichzelf op kon eten. Dat deed hij alleen op dagen die hij het liefst geheim wilde houden. Als hij ’s morgens uit zijn bed kwam, wist hij al dat het zo’n dag zou worden. Dan struikelde hij over de drempel van de wc en brandde zich onder de douche omdat hij was vergeten de koude kraan open te zetten. Na zo’n begin kon hij zich er nooit meer toe zetten om de ochtend in eigen hand te nemen en als het gerommel in zijn maag ook nog te horen was op het moment dat hij vier gebakken eieren met spek had verorberd, was het niet meer te ontkennen.