
Wat een glorieuze dag vandaag, op naar het Kröller Müller Museum om de tentoonstelling Mooi oud. Drie eeuwen tekeningen uit de Kröller Müllercollectie te bekijken. Dat was een fijn weerzien met oude meesters, al werden vele tekeningen voor het eerst getoond. Naast al het moois ook deze tekening van een lome zomermiddag waarop iedereen slaapt, behalve de koe, het was een beetje zoals ik me voelde vandaag, de zon die opeens een hele dag over je heen plenst na die lange grijze winter.
Lees verder “Iedereen slaapt, behalve de koe”
Edith Meijering heeft haar atelier verbouwd en opgeruimd en opengesteld voor het publiek en weer eens schilderijen opgehangen waarbij je denkt: wow.
Het is alweer een tijdje geleden dat ik een mail kreeg van JPFK. Ik heb grote bewondering voor JPFK, hij weet veel meer over kunst dan ik ooit te weten zal komen en hij kan er ook nog eens heel mooi over vertellen. Had ik misschien belangstelling voor de boeken over Rembrandt die hij aan het opruimen was? Dat had ik. En zo ben ik ineens de trotse bezitter van een stapel Rembrandt-literatuur waaronder de Dikke Rembrandt van Bob Haak en Rembrandt en de regels van de kunst van Jan Emmens. Maar het allerblijst ben ik met Rembrandt schilderijen 630 afbeeldingen van Abraham Bredius uit 1935.
Hij ligt er zo stil bij dat het wel een winterlandschap lijkt: het dode snipje. Ook de kleuren zijn als van heuvels in de sneeuw – allerlei tinten wit en grijs, met hier en daar wat toetsen in roodbruin als echo van oud leven. Pootjes om mee te lopen, een vleugel om mee te vliegen, een snavel om mee in de lucht te prikken.
Er bestaat vast een officiële term voor, voor die echo’s in de oude muziek. Ik hoorde ze onlangs weer eens in Arnhem, waar de Nederlandse Bachvereniging de Mariavespers van Monteverdi uitvoerde. Af en toe verdween er een zanger achter een deur in de coulissen, vanwaar hij dan onzichtbaar een stem nazong die een paar seconden eerder vanaf het podium had geklonken.
Vijf jaar geleden zag ik dat kleine, adembenemende schilderij van Jacobus Vrel voor het eerst in het echt: Interieur met een vrouw die het haar van een meisje kamt. Ik schreef er een
‘Ruïnes zijn overal om ons heen, zolang je ze wilt zien, natuurlijk’, zo begint het bijzondere boek Caspar David Friedrichstraße van Cécile Wajsbrot. Ruïnes zijn overal om ons heen en ze zijn er vooral ook in het oeuvre van Caspar David Friedrich, de opperschilder uit de Duitse Romantiek. Wajsbrot schrijft haar boek als een toespraak waarmee een nieuwe straat in Berlijn wordt geopend, de Caspar David Friedrichstraße, een gloednieuwe straat waar nog nooit iets is gebeurd. Maar wat betekent de aanleg van een nieuwe straat voor de omgang met het verleden? 
