Mijn mentale noodpakket? Een rariteitenkabinet zoals in het Drents Museum

Het is alweer een tijdje geleden, maar de dag na de alarmerende toespraak van NAVO-baas Mark Rutte (‘We moeten voorbereid zijn op een oorlog op een schaal die onze grootouders en overgrootouders hebben meegemaakt’) had ik grote behoefte om me, al was het maar voor een paar uur, terug te trekken in een andere wereld. Gelukkig lag op mijn bureau nog steeds de catalogus van Microkosmos. De wereld in een Wunderkammer, de tentoonstelling die ik enkele weken geleden in het Drents Museum bezocht en die daar nog tot en met 1 maart 2026 te bewonderen is.

Als je het boek openslaat, word je meteen in een universum van rariteiten opgenomen. Een anatomische tekening van een baby, omringd door bloemen, vlinders en exotische vogels. Een 3D-model van een Escher-tekening in een mensenhand. Spinnen, Hollandse klompjes, juwelen, een fantasiebeest dat danst op een opengaande bloem, een dame met een parelketting uit wier mond een rups kruipt, een museumzaal die volstroomt met water waarin een draak te zien is, een krokodil die door het plafond naar beneden komt. Ik kan mijn ogen niet van het boek afhouden, en dan heb ik er nog geen letter in gelezen.

Uit de catalogus Microkosmos. De wereld in een Wunderkammer
© Drents Museum

Na Stephan Vanfleterens tentoonstelling Transcripts of a Sea, waarmee Manfred Sellink afscheid nam als directeur van het MSK Gent, is dit de tweede expo van een vertrekkend museumdirecteur die ik in korte tijd bezoek. Waar Sellink om gezondheidsredenen gedwongen was terug te treden – en toch nog een spectaculaire tentoonstelling wist te cocureren – heeft Harry Tupan een aantal jaren de tijd gehad om, na 45 jaar werkzaam te zijn geweest bij het Drents Museum, aan zijn afscheid te werken.

In een interview, dat voorin de catalogus is opgenomen, vertelt hij over zijn levenslange zoektocht naar schoonheid en verwondering. Die tocht begon al in zijn kindertijd (in een schoenendoos legde hij een verzameling eieren aan) en eindigde bij zijn eigen studiolo, volgepropt met boeken en wonderlijke objecten als opgezette vogels, stukken koraal, schedels, schildpadden, schelpen, en nautilus- en kokosnootbekers. Ergens moet zich ook een la met klompjessleutelhangers bevinden, die hij her en der uitdeelde als hij op reis was en die ongetwijfeld weer deel zijn gaan uitmaken van particuliere rariteitenkabinetten in landen als Oekraïne, China en India.

De Kunst- en Wunderkammers ontstonden in de zestiende eeuw, in de zeventiende en achttiende eeuw kwamen ze tot grote bloei. Ontdekkingsreizen en onderzoek voedden de nieuwsgierigheid naar zowel exotische naturalia (voortbrengselen van de natuur) als artificialia (door de mens gemaakte voorwerpen). Narwaltanden, koralen, struisvogeleieren en exotische dieren wekten grote verbazing en verwondering. Er werden speciale kabinetten voor gebouwd – de voorlopers van het museum zoals we dat nu kennen.

Jan Breughel II, Allegorie van het gehoor (uitsnede), ca. 1660
© Drents Museum / Foto: Gerdien Verschoor

Eerder schreef ik hier al over de constcamer – afbeeldingen van interieurs met werkelijke of gefantaseerde kunstverzamelingen. In Microkosmos zijn er twee te zien: de Allegorie van de smaak en de Allegorie van het gehoor van Jan Breughel II (1601-1678). De schilderijen maken deel uit van een serie waarin Jan Breughel II de zintuigen op allegorische wijze weergeeft: reuk, zicht, smaak, gehoor, tast. Hij toont ze als mensfiguren, godinnen en engelen die ‘ruiken’, ‘proeven’ of ‘horen’. De Allegorie van het gehoor is een Wunderkammer volgepropt met muziekinstrumenten, fluitende exotische vogels, een trompetterende aap en, op de achtergrond, zelfs een complete beiaard met beiaardier. In de Allegorie op de smaak heeft de kunstenaar zich dan weer uitgeleefd op het weergeven van vissen, gevogelte, wild, kostbaar vaatwerk, en, als schilderijen-in-een-schilderij, andere doeken die over het thema eten gaan.

Maar er is in Assen veel meer te zien: het museum prijst de tentoonstelling niet voor niets aan als ‘visueel spektakel waarin de magie van verzamelen tot leven komt’. Je verdwaalt er een beetje tussen de opgezette dieren en de vlindervitrines en de kunstkabinetjes en het ziet er allemaal sprookjesachtig uit, maar zoals kunsthandelaar Dickie Zebregs het in het boek verwoordt: ‘Niet alle verhalen zijn sprookjes.’ Een aantal objecten in de tentoonstelling is sterk verbonden met ons koloniale verleden, met een tijd waarin mensen dachten de natuur en andere mensen te mogen overheersen. Pronkstukken zijn niet alleen pronkstukken – ze vertegenwoordigen ook historische verhalen met soms donkere kanten. Gelukkig is daarvoor aandacht in de tentoonstelling.


© Drents Museum

Ik blader verder in het wonderbaarlijke boek. Na een essay over de geschiedenis van de rariteitenkabinetten door Franck Smit (ook alweer een voormalige museumdirecteur – van het Universiteitsmuseum Groningen) volgen er prachtig vormgegeven teksten over onderwerpen als de nautilusbeker, barnsteen en de eenhoorn. Fascinerend zijn de ‘geduldflesjes’, die scènes of voorwerpen bevatten die onmogelijk door de smalle hals lijken te passen. Dan volgen korte essays over hedendaagse verzamelaars van rariteiten.

Een van hen is Redmond O’Hanlon. ‘Ik denk dat iedereen een rariteitenkabinet zou moeten hebben’, schrijft hij. ‘Het woord kabinet betekent letterlijk een kastje, het is klein, je hoeft er geen hele kamer voor te hebben. Het kan een hoekje of een plank zijn. Maar het moet niet zichtbaar zijn voor iedereen. Je moet deze plek niet te vaak bezoeken. Het is een altaar voor jezelf. Het werkt altijd hetzelfde als bij een kerk, daar ga je ook niet iedere dag naartoe. […] Als je dat in gedachten houdt, weet dan dat het doel is om je te transformeren tot een betere versie van jezelf, dat je naar die ruimte kunt gaan en deze fantastische productieve persoon kunt oproepen die ergens in je schuilt. Op de een of andere manier zouden deze objecten je de buitenwereld moeten laten vergeten. […] Je zult het voor altijd kunnen inzetten voor een ander, beter, betekenisvoller leven.’

Redmond O’Hanlon
© Texas Schiffmacher / Drents Museum

De tentoonstellingscatalogus en de woorden van Redmond O’Hanlon troosten me op de dag na de speech van Rutte. Is dat escapisme? Nee, dat denk ik niet. Het is de zuurstof die ik nodig heb om het leven betekenis te geven – mijn mentale noodpakket in deze duistere tijden.

Microkosmos. De wereld in een Wunderkammer is nog tot en met 1 maart 2026 te zien in het Drents Museum, Assen. Red je dat niet meer? Koop dan gewoon de gelijknamige catalogus, vormgegeven door Suzanne Hertogs – Ontwerphaven, verschenen bij Waanders, Zwolle.

Deze column verscheen eerder op de website van De Lage Landen.

Heeft de zee een ziel?

© Stephan Vanfleteren / MSK Gent

Voor zijn expo Transcripts of a Sea waadde fotograaf Stephan Vanfleteren de Noordzee in als was ze een schilderij van Caspar David Friedrich of een film van Tarkovski. De foto’s namen mij op sleeptouw. Haast je, de tentoonstelling is nog tot 4 januari in Gent te zien.

Lees verder “Heeft de zee een ziel?”

Er is schoonheid in het onvoltooide


‘In alle huizen die ik in mijn leven heb bewoond, vooral in mijn studententijd, liet ik altijd iets onaf. In mijn achterhoofd zat het wellicht vreemde idee dat wanneer een huis helemaal af zou zijn, ik op zoek moest naar een ander huis. Want dan was er niets meer te doen en blijkbaar moet ik altijd iets te doen hebben.’ Dit is een citaat uit een van de mooiste fragmenten van het nieuwe boek van Gerbrand Bakker, Aan mij heb je niks, het vierde deel van Bakkers ‘autobiografische geschriften’ dat verscheen in de serie Privé-domein van de Arbeiderspers.

Lees verder “Er is schoonheid in het onvoltooide”

Hamers en beitels, humor en wijsheid

Mérode-altaarstuk, detail
© via Met Museum

Na het overlijden van mijn vader moet ik steeds denken aan de Mérode-triptiek, waarin Jozef wordt afgebeeld als timmerman. Hoe graag had mijn vader hem aangemoedigd om ook een klauwhamer, blokschaaf en ander gereedschap aan te schaffen.

Een ode aan Gert Verschoor (1936 – 2025).

Lees verder “Hamers en beitels, humor en wijsheid”

Ouder worden als ervaring

Rembrandt van Rijn, Oude lezende vrouw, waarschijnlijk de profetes Hanna, 1631
© Rijksmuseum, Amsterdam

‘Geloof me, Kelafos, ik vind het fijn om met heel oude mensen te praten. Ze hebben als eersten een weg genomen die misschien ook wij moeten afleggen. En ik denk eigenlijk dat we van hen kunnen leren hoe die weg is, ongelijk en lastig óf gemakkelijk en vlak. Hoe denk jij hierover?’
Socrates in Plato, Het bestel 

Met deze vraag van Socrates als uitgangspunt stuurde filosofe Suzanne Biewinga negen jaar geleden een bericht naar haar lokale krant. Ze hoopte twaalf ouderen te interesseren om mee te doen aan drie filosofische groepsgesprekken, waarin ze met hulp van oude en hedendaagse denkers en wetenschappers wilde onderzoeken hoe mensen oud worden in deze tijd. Immers: nog nooit in de geschiedenis zijn zóveel mensen zó oud geworden.  

Lees verder “Ouder worden als ervaring”

Eiland


Hij sliep met zijn kleren aan onder twee dekbedden van eendendons. Soms trok hij, al half in slaap, zijn muts tot over zijn oren. Dan moest het buiten wel zo’n twintig graden vriezen en binnen, in de woonkamer waar nu ook zijn bed stond, kwam de temperatuur niet boven het vriespunt uit.

’s Morgens, als het licht begon te worden, of nog eerder, werd hij wakker van het jonge katertje dat zomaar aan was komen lopen. Ruw tongetje dat over zijn oogleden schraapte en aan zijn baard likte. Dan stak hij zijn vingers in de gaten van zijn vingerloze handschoenen, stapte in zijn pantoffels, en liep naar de keuken om het vuur nieuw leven in te blazen. Hout, kooltjes, ketel die begon te zingen, de enige vorm van muziek die hij in dagen hoorde. Een theezakje gaat gemiddeld zeven bekers mee, de hete stoom die het keukenraam beschilderde.

Lees verder “Eiland”

Tranen


Eigenlijk moet je ervoor naar Berlijn, maar nu zie ik hem zomaar op het omslag van het decembernummer van Kunstschrift: Johannes de Doper in de wildernis van Geertgen tot Sint Jans. De heilige, gekleed in een bruine pij waarover een warme diepblauwe mantel is geslagen, als een deken, is verzonken in gedachten. Zijn peinzende hoofd rust op zijn knokige hand. Hij friemelt met zijn voeten, zoals Friso Lammertse in Kunstschrift zo mooi observeert. Voeten die een ontroerend beeldrijm vormen met de pootjes van het lam dat hem vergezelt.

Johannes de Doper in de wildernis van Geertgen tot Sint Jans, op het omslag van het decembernummer van Kunstschrift

Lees verder “Tranen”

Stad, witte wolk

De tekening wordt in dit nieuwe jaar tien jaar oud: Stad/Witte wolk van de Poolse kunstenaar Zbigniew Biel (Częstochowa, 1957). Krijt op papier, abstracte vormen, verschillende perspectieven. Het is alsof je van bovenaf op een stad kijkt, met zijn grillige geometrische vormen links, ronde vormen rechts, ingetogen chaos. Daarboven zweeft, als rustpunt, een wolk van wit krijt. Of is de wolk zelf ook de stad?

Zbigniew Biel, Miasto/Biała chmura (Stad/Witte wolk)
krijt op papier, 2015


‘Enkel over wit zou je een vuistdik handboek kunnen schrijven’, schreef Anton Valens in Een kniebuiging voor de ezel. En: ‘Aan zijn gebruik van wit herken je de ware schilder.’

Lees verder “Stad, witte wolk”

Anton Valens en zijn kniebuiging voor de ezel


‘De kunstgeschiedenis is weinig anders dan een lang uitgesponnen wasmachineprogramma. Voorspoelen, temperatuur instellen, inzepen, spoelen (het eigenlijke wassen), naspoelen, centrifugeren en drogen. Schoonheid is een cyclisch proces. Waar het om gaat is je geliefd maken. Dat kun je het beste zo onopvallend mogelijk doen.’

Als je je kerstboom nog niet hebt opgeruimd, leg er dan nog snel dit cadeau onder, voor je geliefde of gewoon voor jezelf. Want Een kniebuiging voor de ezel. Over tekenen en schilderen van Anton Valens is een grappig, mooi en wijs boek over kunst en (een beetje) kunstgeschiedenis.

De veel te vroeg gestorven Valens (1964-2021) publiceerde tijdens zijn leven zeven romans, een achtste boek verscheen postuum. Hij won literaire prijzen en stond op goede longlists. Dat Valens naast schrijver ook beeldend kunstenaar was, opgeleid aan de Rietveldacademie en de Rijksacademie in Amsterdam, is veel minder bekend. Ik las – en herlees – zijn werk graag, maar kende zijn beeldende werk nauwelijks. En ik had er geen idee van dat dubbeltalent Valens zo schitterend over kunst kon schrijven. Een kniebuiging voor de ezel brengt daar nu verandering in: in dit liefdevol gemaakte boek worden Valens’ teksten over kunst en zijn beeldende werk samengebracht.

Lees verder “Anton Valens en zijn kniebuiging voor de ezel”