Po polsku o Piotrze > pod tym linkiem
Hij had er geen idee van dat hij die dag een koninklijke onderscheiding zou krijgen, en dus verscheen hij gewoon in zijn leathershirt op de roze LGHBTI+ boot in Kraków waar een groepje ingewijden zich al had verzameld.
Onder zijn linkermouw piepte nog net een tatoeage uit: Rembrandts ets ‘Gezicht op Amsterdam vanuit het Noordwesten’ met de Zuiderkerk en de molen op het Blauwhoofd prominent in beeld. Daar kwam de Nederlandse ambassadeur al aangelopen, de cultureel attaché in haar kielzog. Hij torste een prachtig boeket met zich mee. Na een mooie toespraak prikte de ambassadeur even later met veel moeite het lintje in het stevige leer. Voor Piotr was het een van de mooiste dagen van zijn leven. ‘Ik ga wel snel dood’, zei hij tegen de ambassadeur. ‘Dus u krijgt het lintje binnenkort terug.’ Dat je je Hollandse koninklijke onderscheiding na je verscheiden weer moet inleveren (of kan kopen!), was meteen een running gag in het Poolse gezelschap. Het was 29 juli 2024.
Rembrandt, ‘Gezicht op Amsterdam vanuit het Noordwesten’, ets, 12 x 15.8 cm, (c) The Cleveland Museum of Art
Maar Piotr Oczko (1973 – 2026) had nog helemaal geen tijd om ‘snel’ te sterven. Hij moest zijn nieuwe boek nog afmaken, ‘Suknia i sztalugi’ (Jurk en schildersezels), over de geschiedenis van vrouwelijke schilders in de oude kunst. Het mooi vormgegeven en rijk geïllustreerde boek (Piotr liet niets aan het toeval over) kwam er, en beleefde binnen korte tijd meerdere drukken. Daarna was zijn leven natuurlijk nog steeds niet klaar: tussen chemos, bestralingen en pijnbestrijdingstrajecten door werkte hij aan een serie essays voor een nieuw boek. Zijn nieuwe, laatste boek, verschijnt eind dit jaar.
Wat ook nog niet klaar was, was zijn verzameling. Begin juni kocht hij online nog een aantal stukken op een Amsterdamse veiling, objecten die hij vol vreugde uitpakte en in zijn huis installeerde nadat ik ze in een koffer vanuit Nederland voor hem had meegenomen.
Ik leerde Piotr een jaar of vijftien geleden kennen, en al snel ontwikkelde zich een bijzondere vriendschap. Zijn enorme kennis, onstuitbare werklust en de wijze waarop hij het persoonlijke met de kunsten wist te verbinden inspireerden me iedere keer weer. En, niet onbelangrijk, we deelden onze liefde voor Jacobus Vrel, van wie we meer hielden dan van Vermeer. Zoals hij een Pool was, maar ook een soort zelfgekozen Nederlanderschap voelde, ben ik een Nederlandse die zich soms een beetje Pools voelt. Ik nam Droste cacao, tulpen, en catalogi van Nederlandse oude meesters voor hem mee. En hij voorzag me van Prince Polo’s, Bolesławiec-keramiek, en zijn eigen boeken. Toen ik hem een paar weken geleden moest melden dat Droste failliet was, kwam er meteen een appje: ‘Droste failliet, de opkomst van AI, de hoogste tijd om te sterven!’
Piotrek was hoogleraar aan de Jagiellonen Universiteit in Kraków, auteur van meer dan twintig boeken en talloze andere publicaties, onverzadigbaar verzamelaar, groot kenner van Nederlandse kunst, vertaler van Johan Huizinga’s ‘Nederland’s beschaving in de zeventiende eeuw’. Hij promoveerde (2002) op de ‘Lucifer’ van Joost van den Vondel en schreef in 2013 zijn habilitatie (de graad waarmee je in Polen professor kunt worden) met zijn vuistdikke studie Bezem en Kruis. De Hollandse schoonmaakcultuur of de geschiedenis van een obsessie, zijn enige boek dat in het Nederlands werd vertaald. Het werd in de Volkskrant lovend besproken.
Voor dit boek bestudeerde hij duizenden schilderijen, tekeningen en prenten waarmee hij liet zien hoe diep de Nederlandse schoonmaakcultuur verweven is met de geschiedenis, religie en beeldende kunst van de Lage Landen. Kort daarna verscheen ‘Miniaturowe Światy’, Miniatuurwerelden, een studie over poppenhuizen. Met een zeer persoonlijke pen schreef hij onder het pseudoniem Piotr Morgenbesser een beeldschoon boekje over zijn grootmoeder en zijn Joodse familiegeschiedenis: ‘Adele’.
In Polen werd Piotr vooral bekend door ‘Pocztówka z Mokum’, Ansichtkaart uit Mokum, dat ook (nog) niet in het Nederlands is verschenen. In deze ‘liefdesbrief aan Nederland’ (Piotrs woorden) verkende hij in 21 persoonlijke, erudiete, en vaak lichtvoetige vertellingen de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Verborgen symboliek in schilderijen, bordelen, portretten van dode kinderen, verliefdheid op een geschilderde schrijver – het komt allemaal voorbij. Het boek beleefde herdruk op herdruk en liet talloze Polen (en mijzelf!) op een persoonlijke en originele manier kennismaken met de Nederlandse cultuur.
Door de reactie van een lezeres op het boek realiseerde Piotr zich ook het belang van zijn schrijven: ‘De zin van mijn eigen schrijven ontdekte ik pas in mei vorig jaar’, zei hij in de winter van 2025. ‘Toen ik weer eens in het ziekenhuis lag, kreeg ik onverwacht een mail van een lezeres, die dankzij mijn teksten naar kunst was gaan kijken en met plezier musea begon te bezoeken.’ En aan het einde schreef ze dat ze zich in zekere zin dankzij hem kon verzoenen met de homoseksualiteit van haar zoon. ‘Toen realiseerde ik me dat het zin heeft om te schrijven, precies voor dat ene, mij onbekende kind van een onbekende vrouw.’
Voor de cover van ‘Pocztówka’ koos Piotr een schilderij van Jan Ekels de Jonge uit het Rijksmuseum, ‘Een schrijver die zijn pen versnijdt’. ‘Het was liefde op het eerste gezicht, plotseling en bijna onbegrensd’, schreef hij over het schilderij – een coup de foudre toen hij in de zalen achttiende-eeuwse kunst van het Rijks ronddwaalde.
Jan Ekels de Jonge, ‘Schrijver die zijn pen versnijdt’, 1784, olieverf op paneel, 27.5 x 23.5 cm, (c) Rijksmuseum
Hij was zo dol op het kleine paneeltje dat hij, toen hij wist dat hij het Rijks niet meer zou kunnen bezoeken, een kopie van het werk liet maken. Op wonderbaarlijke wijze vond hij er nog plek voor in zijn met kunst volgepropte appartement.
De woon/slaap/studeerkamer van Piotr Oczko, nog zonder de kopie van Jan Ekels, maar met koninklijke onderscheiding aan de muur
Als je zijn woning binnenging betrad je een tijdmachine, een zelfgecreëerde scenografie. Miniaturen aan de muren, keramiek in de keuken, een poppenhuis dat hij nog steeds aan het inrichten was (laatste aanwinst: stofzuigertje), een museale collectie Delfts blauwe tegels met oudtestamentische voorstellingen, duizenden boeken.
Blik op de keuken
En op het laatst, toen hij zijn huis niet meer verliet, creëerde hij op zijn balkon met Hollandse vogelhuisjes een installatie waarin hij ’s morgens koffiedronk. Want voor het eerst in decennia kon hij deze zomer Nederland niet meer bezoeken.
In zijn boek ‘Elke dag. Over drie stadia van sterfelijkheid’, schrijft Maarten Asscher over zijn eigen sterfelijkheid. Hij nodigt ons uit om van ons leven een zo rijk mogelijke ‘Wunderkammer’ te maken, waarin al onze lievelingsvoorwerpen zijn samengebracht. Herinneringen, karakteristieke uitspraken, favoriete schilderijen, al dan niet eigen gedichten…. ‘Jezelf als het ware opdelen en uit al deze alternatieven niet kiezen maar ze naast elkaar laten (voort)bestaan, dat lijkt mij de ideale manier om het leven zo traag mogelijk achter me te laten’, schrijft hij.
En dat is precies wat Piotrek deed. Zijn publicaties, zijn collectie, zijn vriendschap: aan hem hebben we een overdadig gevulde Wunderkammer te danken.
Piotr Oczko stierf op woensdag 15 juli 2026, Rembrandts verjaardag. In stijl tot het einde.






Dank voor je herinnering aan deze bijzondere man. Ik hoop dat binnenkort al zijn boeken naar het Nederlands worden vertaald. Hij bracht een stukje Nederlandse cultuur naar Polen. Ik vond het al zo bijzonder dat hij Bezem en Kruis heeft geschreven, het schoonmaakgedrag van (veel) Nederlandse vrouwen via beschrijvingen van de schilderijen. Voor jou veel sterkte met het gemis van hem in persoon, gelukkig heb je heel veel mooie herinneringen. En voor Piotr Oczko: Eeuwige rust.
Mooi eerbetoon Gerdien. We hebben een linkje naar je blog toegevoegd aan het nieuwsbericht op de CODART website.