De geheime periscopen van de doden. Over ‘De dood en de tuinman’ van Georgi Gospodinov


‘Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin.’ Dat is de beginzin van het nieuwe boek van Georgi Gosponinov, De dood en de tuinman.

Als de tuin het einde is – wat was dan het begin van dat einde? Was dat het moment waarop de vader zei: ‘Ik heb in mijn broek geplast?’ In ieder geval is dat de aankondiging van een groot verdriet – de smart van het sterven. Toch is dit geen boek over de dood, schrijft Gospodinov, maar over het verdriet over een leven dat er niet meer is. Dat leven moet ‘gevierd’, of in ieder geval beschreven worden. En zo vervlecht Gospodinov in dit boek (is het een roman, een essay, een memoir?) verhalen uit het leven van zijn vader met zijn eigen verdriet over diens dood.

Lees verder “De geheime periscopen van de doden. Over ‘De dood en de tuinman’ van Georgi Gospodinov”

Schaduwen knippen met een magische schaar

Een mens bestaat nooit op zichzelf. Schaduwen uit het verleden bepalen wie we zijn. Dat de grenzen tussen feit en fictie daarbij vervagen, nou en?

Voor de Nederlandse Boekengids besprak ik Het bed met de gouden poot van de Letse schrijver Zigmunds Skujiņš. De roman is nu, eenendertig jaar na publicatie, in het Nederlands verschenen, in vertaling van Brenda Lelie die de roman ook van een voorwoord voorzag.

De bespreking kun je hier lezen.

Zigmunds Skujiņš, Het bed met de gouden poot (vertaling Brenda Lelie), Prometheus 2025, 528 p.