‘Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin.’ Dat is de beginzin van het nieuwe boek van Georgi Gosponinov, De dood en de tuinman.
Als de tuin het einde is – wat was dan het begin van dat einde? Was dat het moment waarop de vader zei: ‘Ik heb in mijn broek geplast?’ In ieder geval is dat de aankondiging van een groot verdriet – de smart van het sterven. Toch is dit geen boek over de dood, schrijft Gospodinov, maar over het verdriet over een leven dat er niet meer is. Dat leven moet ‘gevierd’, of in ieder geval beschreven worden. En zo vervlecht Gospodinov in dit boek (is het een roman, een essay, een memoir?) verhalen uit het leven van zijn vader met zijn eigen verdriet over diens dood.
Lees verder “De geheime periscopen van de doden. Over ‘De dood en de tuinman’ van Georgi Gospodinov”








In dit veel te lange blog ga ik proberen u te verleiden tot het lezen van een veel te dik boek met veel te veel personages en een veel te lange ondertitel. De Jacobsboeken. Een grote reis over zeven grenzen, door vijf talen en drie grote religies, de kleine niet meegerekend. Verteld door de doden, en door de auteur aangevuld met behulp van conjunctuur, uit vele uiteenlopende boeken geput, alsmede geholpen door de imaginatie, die de grootste natuurlijke gave is van de mens. Voor de Wijzen pro Memorie, voor mijn Landgenoten ter Reflectie, voor de Leken tot Lering, en voor de Melancholici evenwel tot Vermaak.