Ramen lappen

Onlangs was ik in Kraków op bezoek bij Piotr Oczko, de auteur van een studie van 700 pagina’s over de Nederlanders en hun schoonmaakwoede. Tijdens zijn onderzoek bracht hij niet alleen duizenden Nederlandse schilderijen, prenten, tekeningen en tegels bij elkaar die het schoonmaken tot onderwerp hebben, maar vond hij ook talloze teksten, gedichten en liedjes waarin het poetsen, vegen en boenen wordt bezongen. Oczko raakte vooral gefascineerd door de iconografie van de bezem, een motief dat hij vond op meer dan 2000 afbeeldingen. Er zijn 292 illustraties in het boek opgenomen, variërend van schilderijen van Pieter de Hooch tot foto’s uit de jaren dertig van vrouwen in Bunschoter klederdracht die een preekstoel staan te schrobben. In zijn publicatie (update: waarvan in 2021 een Nederlandse vertaling verscheen bij Primavera Pers) beschrijft en analyseert Oczko de verbindingen van onze schoonmaakwoede met kwesties op het gebied van moraal en religie, vaderlandsliefde en nationale identiteit.


Het boek is zo fenomenaal dat Oczko binnenkort professor wordt aan de Universiteit van Kraków. Dan stuur ik hem een cadeau: Meester in de hygiëne van Anton Valens (2004).

Lees verder “Ramen lappen”

Koester de tafels van Joseph Brodsky

2009_11_Krakow-027

Als je de gedichten van Joseph Brodsky hebt gelezen, zijn alle dingen anders. De dode dingen komen tot leven, de levende doen aan de doden denken. In Voor mijn dochter belooft de dichter in een café als meubilair te figureren. ‘Bedenk’, bezweert hij, dat elk levenloos voorwerp je vader kan zijn / zeker als de voorwerpen groter zijn dan jij, of ouder.’ En: ‘Of je ze tegenkomt of niet, koester die dingen.’ Als je dit gedicht hebt gelezen, kun je nooit meer in een café zitten zonder verstolen het tafelblad te strelen, met je benen een stoelpoot te omklemmen. En dat is dan alleen nog maar een tafel in een café. Lees verder “Koester de tafels van Joseph Brodsky”