Dansen op de vulkaan

Red_Fuji_southern_wind_clear_morning-HokusaI.jpg

Eigenlijk wilde ik een stukje schrijven over mijn kiespijnjurken, maar er kwam van alles tussen. Eerst las ik op de website van A.H.J. Dautzenberg zijn column Martijn, de gevolgen, over  de doodsbedreigingen die hij ontving nadat hij publiekelijk had aangekondigd dat hij lid was geworden van de omstreden pedofielenvereniging. Daarna kwam ik via Twitter op een weblog waarin Rob Waumans de vraag stelt of het niet de plicht van schrijvers is om hun ‘bakkes’ open te trekken over vermeende misstanden. Continue reading “Dansen op de vulkaan”

De film, het gedicht, het boek, de titel

arseny-tarkovsky

De Spiegel van Andrei Tarkovski: het was een van de eerste films die ik in het begin van de jaren negentig bekeek in een Warschaus bioscoopje. Het Russisch in de film kon ik niet verstaan, de Poolse ondertiteling kon ik nog niet lezen. Maar dat gaf niet: de film is een soort gedicht in beelden. Ik werd reddeloos verliefd op De Spiegel, en later op alle andere films van Tarkovski. Continue reading “De film, het gedicht, het boek, de titel”

In memoriam: Milo Anstadt

milo_haga_091005-006-small-150x150

‘Altijd als ik een formulier moet invullen, aarzel ik bij de vraag naar mijn land van geboorte. Is het Polen? Oekraïne? Sovjetunie? Toen mijn ouders trouwden, lag Lwów in Oostenrijk en heette het officieel Lemberg. Toen ik geboren werd lag het in Polen. Nu ligt het in de sovjetrepubliek Oekraïne.’ De schrijver van deze woorden, Samuel Marek (Milo) Anstadt is op 16 juli in Amsterdam overleden. Continue reading “In memoriam: Milo Anstadt”

Onthaast praten

Oudkerkslavisch

Na de presentatie van De draad en de vliegende naald afgelopen donderdag  is het nu de hoogste tijd voor een schrijfretraite, mijn tweede roman is al weken ongeduldig aan het bonzen vanwege te weinig aandacht. Voor schrijfretraites zijn drie plekken mogelijk: thuis, Kraków, het huisje. Het huisje (‘hé, het ruikt hier naar huisje’, zegt G. altijd als we er na maanden afwezigheid weer binnenkomen) bevindt zich in een doodstil Ardeens bos. Continue reading “Onthaast praten”

Nogmaals: de scharrelaarsvleugel

Verschoor - Draad en de vliegende naald.jpg

De draad en de vliegende naald is uit. Gisteren, op de dag van de boekpresentatie, lag de etalage bij de Zutphense boekhandel Van Someren en Ten Bosch vol met scharrelaarsvleugels. Ondertussen kwam er een mooie mail binnen van ontwerper Herman van Bostelen, waarin hij schreef: ‘Het was me een genoegen de vleugel te kunnen gebruiken voor dit omslag. Ik hou van beeld dat door zijn kwaliteit of door zijn oorsprong in een nieuwe context een betekenis krijgt die het werk waarvoor het wordt gebruikt, op een associatieve manier verbindt aan andere betekenissen van het beeld. Door Dürer te citeren in plaats van het schilderij als illustratie te gebruiken, wordt dit gegeven naar mijn gevoel versterkt, maar misschien zijn dat slechts hersenspinsels.’ Continue reading “Nogmaals: de scharrelaarsvleugel”

De scharrelaarsvleugel

7109004_v1.jpg

Ik ben heel blij met het mooie omslag van De draad en de vliegende naald, dat is ontworpen door Herman van Bostelen. Het is niet zomaar een verenpak dat Van Bostelen voor het omslag heeft gekozen, maar een kleurige aquarel van Albrecht Dürer (1471-1528). Dürer heeft zich meerdere malen door een bijzondere vogel, de scharrelaar (Coracias garrulus), laten inspireren. Hier zien we zijn Blaurackeflügel: een uitgespreide  vleugel van de scharrelaar, die in al zijn kleurenpracht aan ons getoond wordt. De vleugel is zo gedetailleerd geschilderd dat je ieder veertje en iedere kleurnuance  kunt onderscheiden. Continue reading “De scharrelaarsvleugel”

Koester de tafels van Joseph Brodsky

2009_11_Krakow-027

Als je de gedichten van Joseph Brodsky hebt gelezen, zijn alle dingen anders. De dode dingen komen tot leven, de levende doen aan de doden denken. In Voor mijn dochter belooft de dichter in een café als meubilair te figureren. ‘Bedenk’, bezweert hij, dat elk levenloos voorwerp je vader kan zijn / zeker als de voorwerpen groter zijn dan jij, of ouder.’ En: ‘Of je ze tegenkomt of niet, koester die dingen.’ Als je dit gedicht hebt gelezen, kun je nooit meer in een café zitten zonder verstolen het tafelblad te strelen, met je benen een stoelpoot te omklemmen. En dat is dan alleen nog maar een tafel in een café. Continue reading “Koester de tafels van Joseph Brodsky”

Ik heb de blauwe lampenkap van de hemel naar beneden getrokken

malevich28-453x550

Dit is het mooiste kunstnieuws sinds maanden: Malevich is terug in het Stedelijk. Ik zit op het bankje in de Erezaal, waar het Stedelijk uitpakt met acht schilderijen van de grote in Oekraïne geboren Rus van Poolse afkomst. (Dit speelt zich af in het Europa uit de tijd waarin de Europese Unie nog niet bestond). Ik kijk naar het schilderij Suprematisme uit de jaren twintig: een wit kruis tegen een achtergrond van een net iets ander wit. Malevich schilderde zijn ‘witte’ schilderijen enkele jaren nadat hij in 1915 zijn geruchtmakende Zwart Vierkant voltooide. Dat exposeerde hij op een tentoonstelling in Sint Petersburg op een plaats die voorbestemd was voor het icoon: hoog, in een hoek van de ruimte. Continue reading “Ik heb de blauwe lampenkap van de hemel naar beneden getrokken”

De dekbedden van K. Malevich

Malewicz-w-Warszawie-150x150

Er bestaat een prachtige historische foto waarop we Kazimir Malevich zien afgebeeld aan een feestelijke dis, te midden van beroemde Poolse kunstenaars, schrijvers en intellectuelen. De foto is genomen op 25 maart 1927, toen Malevich op weg naar Berlijn een tussenstop maakte in Warschau. Hij exposeerde zijn figuratieve en abstracte werk een aantal dagen in de Poolse Artistieke Club in Hotel Polonia (tegenover het Centraal Station, na een periode van verval kun je daar nu weer prachtige kamers boeken). Malevich was afkomstig uit een Poolse familie en heeft op die avond ongetwijfeld Pools gesproken. Continue reading “De dekbedden van K. Malevich”

Wat verzonnen is, bestaat al

Schermafbeelding 2016-06-25 om 11.11.10

Op 5 maart 2010 leverde ik de eerste versie van mijn debuutroman in, die toen nog De vinger van God heette. Ik was in Krakau, net als K. die zojuist vanuit hetzelfde internetcafé zijn nieuwste vertaling naar zijn uitgever had gemaild. Om het te vieren gingen we champagne drinken bij Alchemia. Daar schonken ze geen champagne, we namen koffie.

‘Nu ben je een schrijver’, zei K. ‘Misschien ben je een afgewezen schrijver, een nooit gepubliceerde schrijver, een mislukte schrijver, maar je bent een schrijver.’ We hieven onze denkbeeldige champagnes. Even later liepen we op straat, K. naar zijn huis om aan een nieuwe vertaling te beginnen, ik naar het mijne om een lekker potje te janken. Op de Miodowastraat kwamen we haar tegen. Ze was klein, had nauwelijks haar, en ging gebukt onder het gewicht van haar boodschappentassen. Toen ze ons zag, zette ze haar tassen op het trottoir. Continue reading “Wat verzonnen is, bestaat al”