Over het stelen van een ziel

In Goudzand van Konstantin Paustovski zijn een paar mooie korte verhalen opgenomen, waaronder het verhaal Sneeuw. Goede beginzin: ‘Nauwelijks een maand nadat Tatjana Petrovna bij hem een onderkomen had gevonden, stierf de oude Potapov.’ De jonge weduwe Tatjana blijft alleen achter met haar dochter Vanja en een oud kindermeisje. De winter is al vergevorderd als er brieven voor de oude Potapov worden bezorgd. Lang kan Tatjana haar nieuwsgierigheid niet bedwingen. Op een zekere nacht, terwijl de grijze kater (‘Archip’) ligt te snurken op de divan, steekt ze een kaars aan en begint de brieven te lezen.

Zoon Potapov schrijft uit het oorlogshospitaal aan zijn vader over heimwee naar huis zonder het woord heimwee te noemen. Hij schrijft over het geveegde paadje naar het oude prieeltje en over de knapperende kachels die naar berkenrook geuren en over de gedraaide gele kaarsen in de kandelaars. Op de piano ligt muziek en de bel is gerepareerd en de lampetkan is net gevuld met vers water uit de put. ‘Ach, als je eens wist hoe dierbaar mij dit alles hier, zo ver van huis, geworden is!’, verzucht hij. ‘Ik wist dat ik niet alleen ons hele land verdedigde, maar ook dit kleine en voor mij dierbaarste plekje.’

Tatjana weet wat haar te doen staat. Ze laat haar dochter het paadje vegen en knapt het bouwvallige prieeltje op. Ze repareert de bel en laat de piano stemmen en zoekt in alle lades van de schrijftafel totdat ze de gedraaide gele kaarsen vindt die ze in de kandelaars zet. ‘Die avond stak zij de kaarsen aan, ging aan de piano zitten en het huis vulde zich met klanken.’

En ja, als alles klaar is, komt de zoon van de oude Potapov terug van het front. ‘Heel voorzichtig opende hij het poortje, maar toch piepten de scharnieren. Het leek alsof de tuin schrok.’ De jonge Potapov loopt over het geveegde paadje, Tatjana opent de deur, in het huis ruikt het heerlijk naar berkenrook, hij kan zich wassen met vers geput water in de lampetkan. ‘Potapov bleef de hele avond de indruk houden dat hij in een ijle maar overweldigende droom leefde. Alles in huis was zoals hij zich had voorgesteld.’

Hoe het afloopt tussen de soldaat en de jonge weduwe, beste lezer, dat kunt u zelf verder wel invullen. Als geen ander wist zij hoe je een ziel moet stelen.

Ik schrijf gewoon nog een keer die prachtige uitspraak van Paustovski over: ‘Mooie dingen horen deel uit te maken van je leven. Als je blik er iedere dag weer langs glijdt, laat dat in je ziel gaandeweg een onuitwisbare indruk achter. Ongemerkt groeit dan je ziel.’

Dit is het vierde en laatste blogje over Goudzand van Konstantin Paustovski. De eerdere blogjes lees je hier, hier en hier.