Monumentje voor Isaac Bashevis Singer

Eindelijk is het zover: Isaac Bashevis Singer heeft een monumentje gekregen in zijn Krochmalnastraat. Het is een simpel gedenkteken, een zwartgranieten plaat op een grijsbetonnen muur. ‘Elke Joodse straat in Warschau was een stad op zichzelf’, vermeldt de steen in de woorden van de grote schrijver. En daar is aan toegevoegd: ‘De toekomstige Nobelprijswinnaar woonde in dit deel van Warschau tussen 1908 en 1917. Door zijn werk maakte hij de Krochmalnastraat beroemd over de hele wereld.’

Singer was een jaar of vier, of misschien zes (zijn precieze geboortejaar is tot vandaag onduidelijk) toen hij met zijn ouders naar Warschau verhuisde en terechtkwam in de straat die hij zo beroemd zou maken. Het was de straat waar hij de wereld ontdekte, op nummer 10. Het huis waar de familie zijn intrek nam zag er vast zo uit als de huizen die nog steeds op de hoek van de straat staan: twee, drie, verdiepingen hoog, met soms wel meerdere binnenplaatsen, ijzeren balkons. ‘Ach, dat balkon, ik kon er urenlang staan peinzen. ’s Avonds verschenen de maan en de sterren aan de hemel. Ik had eens gehoord dat sommige sterren groter zijn dan de aarde. Maar als dat waar is, hoe passen ze dan in die smalle strook hemel die te zien is tussen de daken van de Krochmalnastraat?’

Nu zoek je vergeefs naar zijn huis, en dat geldt ook voor nummer 12, waar de familie Singer in het voorjaar van 1914 kwam te wonen: ‘een nieuw gebouw met gaslicht en wc’s waar de huur 27 roebel was’. In zo’n gebouw bewoonden de Singers een paar kamers.

De kamers van de Singers zijn van de aardbodem verdwenen, zoals vrijwel alle huizen in wat later het getto van Warschau zou worden. Zelfs hun huisnummers zijn verzwolgen door een nieuw appartamentengebouw, Krochmalna 4 – 28 – alsof de bedenkers van het nieuwe Warschau zich met het verleden geen raad wisten.

In 1935 vertrok Singer naar de VS. Hij is nooit terug geweest om zijn oude huis te zoeken, maar in gedachten is hij er altijd gebleven. Hij was iemand die in het heden kon staan en tegelijk in het verleden kon leven. ‘In een taxi in Montreal bevind ik me tegelijkertijd in een taxi op de Krochmalnastraat in Warschau’, schreef hij in het jaar dat hij de Nobelprijs voor literatuur won. ‘Ik keer altijd terug naar de Krochmalna. Zelfs als ik over andere straten spreek, dan beoordeel ik ze op grond van hun afstand tot de Krochmalna.’

En nu is daar dat monumentje. Je kunt er steentjes neerleggen of een kaars aansteken. Ik ben er blij mee, maar ook weer niet. Het is alsof de Singers Krochmalna nu nog meer niet bestaat dan voordat hij hier eindelijk herdacht werd.