Gerdien Verschoor

01 juli 2016

Verhuisd

Schermafbeelding 2016-07-03 om 13.02.39Mijn blog is verhuisd, alle oude en nieuwe teksten lees je nu hier.

Twitter | Facebook


31 december 2015

De pop

De-popEr zijn boeken die je niet uit wilt lezen omdat het zo jammer is dat ze dan hebt uitgelezen. De Pop van Bolesław Prus (1847-1912), afgelopen zomer in Nederlandse vertaling verschenen, is zo’n boek.

Ten eerste is het erg plezierig om van de 904 bladzijden het grootste deel in Warschau door te brengen, die stad ‘met veel gele huizen’, die ‘waarschijnlijk de geelste stad onder de zon’ is.

Ten tweede is het nog plezieriger om je weer eens te kunnen verliezen in een baksteenboek over een onmogelijke liefde: Poolse koopman (Stanisław Wokulski) wordt smoorverliefd op adellijke dame (juffrouw Izabella Łęcka) en doet alles om haar te krijgen, zoals een renpaard kopen, duelleren, Engels leren. Ach, die jufffrouw Izabella! ‘Een voile beschermde haar tegen de wind, een rijtuig tegen de regen, sabelbont tegen de kou, een parasol en handschoenen tegen de zon. En zo leefde ze dag in dag uit, maand in maand uit, jaar in jaar uit, hoog verheven boven de mensen en zelfs boven de wetten van de natuur.’ Dat kan alleen maar de ondergang betekenen voor die goeie Wokulski, en ja, zijn ondergang wordt het.

Ten derde geeft het een onthullend beeld van de verstarde Poolse maatschappij in de negentiende eeuw, de ondergang van de Romantiek en het Positivisme, de in zichzelf gekeerde adel en de bourgeoisie, en het toenemende en in de salons zonder enige gêne verkondigde antisemitisme.

Ten vierde is het boek dik, dramatisch, en vaak erg grappig.

Ten vijfde is het prachtig geschreven en ten zesde is het schitterend vertaald. Heren die gekleed zijn in een sjamberloek drinken anisette of bier dat ‘de kleur heeft van oude honing, schuim als verse room en de smaak van een zestienjarig meisje’, spelen whist of schrijven rekeningen uit op velijnpapier. Mensen worden uitgemaakt voor addergebroed, hondsvod, of ravenaas. Er gaan dingen naar de barbiesjes en er zijn meer koeien die Blaar heten. En natuurlijk zijn er baronessen en voorzitsters die bezwijmen op hun chaise-longue en worden er talrijke handkussen uitgedeeld en in ontvangst genomen.

En nu zou ik ten zevende een verband willen leggen met de zorgelijke politieke situatie in het Polen van vandaag, of iets gewichtigs willen zeggen over het oude of nieuwe jaar. Maar ik zou niet weten hoe dat moest, want eerst moet ik afkicken van mijn mooiste leeservaring van 2015.

Twitter | Facebook


05 december 2015

Lezen of schrijven?

byatt-possession‘Wat doe je liever: lezen of schrijven?’ Sinds ik niet alleen boeken lees, maar ze ook schrijf, wordt die vraag me nog al eens gesteld. Lezen of schrijven? Het is een onmogelijke keuze: het een kan zonder het ander niet bestaan.

Nooit vergeet ik de dag dat ik bij mijn geliefde boekhandel aan het snuffelen was naar een boek voor op reis. Licht, compact, in één adem uit te lezen. ‘Probeer deze’, zei de boekverkoper, en hij drukte me Last Night van James Salter in de hand. ‘Echt iets voor jou.’ En dat was ook zo. Al wist de boekverkoper niet dat ik aan mijn eerste roman werkte, en dat Last Night precies het boek was dat ik op dat moment nodig had. Want Salter bleek een meester in dat waar ik naar zocht. Met enkele penseelstreken kon hij zijn personages haarscherp neerzetten, met een enkel woord wist hij een bevreemdende sfeer te scheppen, met een minimum aan middelen kon hij complexe menselijke relaties uit de doeken doen.
Alles wat ik ook zou willen kunnen.

Maar ja, ik zou zoveel willen kunnen dat er weken zijn waarin het schrijven van boeken door het lezen ervan wordt verdrongen. Een goede ziel zette me onlangs op het spoor van Possession van A.S. Byatt. The Guardian blurbt op het omslag: ‘A combination of intellectual fireworks and magnatic readability.’ En dat is ook zo. Possession is niet alleen de biografie van de verzonnen dichters Randolph Henry Ash en Christabel LaMotte, maar ook een biografie van hun biografen en een roadmovie waarin die biografen het spoor van hun dichters volgen, daarbij achtervolgd door weer andere biografen die geen middel schuwen om als eerste de ultieme biografie van Ash en LaMotte te kunnen schrijven, het is zelfs een detective waarin een graf wordt geopend en bijna een moord wordt gepleegd. En dan is het ook nog eens heel erg mooi geschreven.

Het is het eerste boek in maanden dat ik heb uitgelezen, en nu moet ik het verbergen in de verste boekenkast en er niet meer aan denken, want Byatt doet alles wat ik ook zou willen kunnen. Ik zou het moeten verbergen, vergeten, stoppen met lezen om weer te kunnen schrijven. Of zal ik een volgende Byatt proberen, haar nieuwste misschien?

 

Dit is een bewerking van een column die ik schreef voor de nieuwsbrief van Boekhandel Van Someren en Ten Bosch.

 

Twitter | Facebook


06 november 2015

Het jaar van de halve dingen

vreL_hair2015 – het jaar is nog lang niet afgelopen, maar één ding weet ik zeker: voor mij is het het jaar van de halve dingen. Van de tentoonstellingen die ik wilde bekijken, heb ik nog niet eens de helft gezien. Van de stapels boeken waarin ik dit jaar ben begonnen, zijn de meeste maar half gelezen. Het boek dat ik aan het schrijven ben: half af. Ja, het waren sombere gedachten die ik had in de trein uit Bonn, op de terugweg van het internationale congres van de Arbeitskreis für Niederländische Kunst- und Kulturgeschichte, dat ik trouwens ook maar voor de helft kon bijwonen en waar ik zoveel mensen maar voor de helft heb kunnen spreken. Snel naar huis om mijn koffers te pakken voor de CODART studiereis naar de Midwest.

Want wat gelukkig niet half af was, was die studiereis: geheel volgeboekt, met een programma dat zo rijk was, dat het mijn hele jaar van halve dingen weer goedmaakte. Met dertig anderen dagenlang naar kunst kijken, luisteren naar al die discussies over toeschrijvingen, restauratieproblematiek, tentoonstellingsconcepten, getuige zijn van nieuwe ideeën. Al die gesprekken die niet alleen op zaal werden gevoerd maar ook tijdens de vele uren dat we in de bus zaten van Toledo naar Oberlin, van Cleveland naar Dayton, of van Indianapolis naar Chicago.

Toch zijn er momenten die daar nog bovenuit stijgen. Misschien ken je dat wel, dat één schilderij je leven ineens weer rond maakt, soms slechts gedurende een fractie van een seconde. Mij overkwam dat bij een schilderij van Jacobus Vrel, Interior with a Woman Combing a Little Girl’s Hair in het Detroit Institute of Arts, dat op verzoek van een van de deelnemers speciaal voor onze groep uit het depot werd gehaald. Meer nog dan door de vrouw met de kam in haar hand werd mijn oog getrokken door de witte muur, de mantel rechts en de schaduwen ervan, de hoepel en het doekje op de grond – daar niet achteloos neergelegd, maar cruciaal voor de spanning in het schilderij. Ik bleef er naar kijken, ook nu weer, op het scherm van mijn laptop, en probeer dat gevoel van die fractie van een seconde terug te halen.

Een paar uur voordat mijn vlucht naar Schiphol vertrekt, loop ik nog even zo’n enorme Amerikaanse boekhandel binnen. De oogst: een stapeltje romans en essaybundels die ik dit jaar misschien maar voor de helft zal lezen. Ik begin in Ten Years in the Tub: a Decade Soaking in Great Books van Nick Hornby. Ieder essay in Ten Years begint met een lijstje van boeken die Hornby in de betreffende maand kocht, gevolgd door een lijstje van boeken die hij ook daadwerkelijk heeft gelezen. ‘The books we buy are almost as important as the books we read’, schrijft Jess Walter in de inleiding. ‘If the books we read reflect the person we are, the books we hope to read might just be who we aspire to be.’ Misschien heeft het te maken met dit vreemde jaar, het jaar van de halve dingen. Maar ik verbind Walters woorden meteen met de jas, de hoepel en het doekje van Jacobus Vrel.

Deze column verscheen ook op de website van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici.

Twitter | Facebook


01 november 2015

Pools leren van Józef Chrobak

chrobak_pap_625Het is echt waar, er was eens een man die mij Pools leerde spreken. Zijn naam was Józef Chrobak. Er zijn weinig mannen met baarden wiens gezicht ik kan lezen, maar met zijn gezicht kon het. Dat kwam door twee diepe lachrimpels die zelfs zijn baard niet konden bedekken.

Het was 1986, Kraków. Józef Chrobak sprak alleen Pools en wist alles over Grupa Krakowska, mijn afstudeeronderwerp. Ik sprak geen woord Pools maar wilde alles van hem weten. En daarom ontmoetten we elkaar iedere ochtend in Galeria Krzysztofory, waar Józef Chrobak de ene sigaret na de andere rookte en het ene na het andere glas koffie dronk. En voor mij schreef hij het ene na het andere servetje vol met steekwoorden over Grupa Krakowska. Daarna ging ik snel met de tram naar huis om in een woordenboek op te zoeken wat Józef Chrobak me had verteld.

Na twee maanden kon ik me aardig redden in het Pools: dankzij Józef Chrobak had ik me een van de moeilijkste Europese talen eigen gemaakt.

Later zocht ik hem nog wel eens op, in Galeria Krzysztofory. Toen ik hem kwam vertellen dat mijn eerste roman was gepubliceerd, glimlachte hij vriendelijker dan ooit en liet hij een fles wijn aanrukken.

Ik had hem veel te lang niet gezien toen ik in Warschau een gemeenschappelijke kennis tegenkwam die me vertelde dat Józef Chrobak niet lang meer te leven had. Ik schreef wat Poolse woorden op een kaart die ik aan de kennis meegaf. Drie weken later, op 2 oktober 2015, is Józef Chrobak overleden. Voor velen is hij de directeur van Galeria Krzysztofory, tentoonstellingsmaker, de uitgever van vele publicaties over Grupa Krakowska. Maar voor mij is hij vooral de man die me Pools leerde spreken.

Twitter | Facebook


1 2 3 18